VRAGEN
Wat is de vraag? Vragen is meer dan een taalhandeling. De taalhandeling, de vraagzin, is slechts een instrument om een vraag uit te drukken, de vraag gaat aan taal vooraf, het is een geestestoestand. Vragen zijn ouder dan de mens en fundamenteler dan de wil.
Wil zonder onderliggende vraag is ongerichte wil, ‘de wil is
de wil tot antwoorden’ waaraan de vraag ten grondslag ligt. Niet de wil tot
macht maar de vraag aan de wereld is het fundamentele en de motor achter alle
evolutie. Zonder antwoorden op vragen is er geen macht, onwetendheid is onmacht,
ongerichte wil is onmacht.
De vraag is geen taalhandeling maar een gebrek, een gebrek
aan evenwicht tussen de vragende instantie en de wereld. Het ontbreekt de
vragende instantie aan informatie over de wereld, in de vraag scheidt een vragend
subject zich af van de wereld als geheel, de wereld als geheel waartoe zijn
ervaringsapparaat slechts gedeeltelijk toegang heeft. In het spanningsveld
tussen het vragende subject als deel van de wereld en de onvolledig gekende wereld
als zodanig ontstaat de vraag. Waar kan ik voedsel vinden? Waar bevindt zich de
kudde mammoeten? Wat is die donkere materie in het heelal? Het al dan niet succesvol zijn van dit zoekproces definieert de evolutie van organismen, hersenen en technologie.
Dit spanningsveld tussen een subject en de wereld waaruit het
vragen ontspruit is ouder dan de mensheid. Ook dieren zoeken en zoeken is de
wereld bevragen zonder taal, ‘waar is voedsel?’
We stellen vragen aan elkaar, maar mijn medemens is deel van
de wereld en ervaart de wereld. Als ik mijn medemens een vraag stel dan bevraag
ik indirect de wereld als geheel.
Onze hersenen instrumenten en algoritmen en zijn niet in de eerste plaats geëvolueerd door de wil maar door de vraag. Het zijn zintuigen gericht op vragen. Ze komen voort uit de wil tot antwoorden. De waarheid is onkenbaar, onbereikbaar met onze zintuigen en brein, maar toch de poort om haar zo dicht mogelijk te benaderen is de vraag.
Dit is de kern van het Socratisme, niet de antwoorden van de
sofisten leiden naar de waarheid maar de vragen, een waarheid die zich in een
aporie, een filosofische impasse waarbij het denken vastloopt, verbergt. Een
aporie die op zijn beurt weer tot verdere vragen aanleiding geeft. Een soms pijnlijk
altijd doorgaand soms tragikomisch proces van radeloosheid en twijfel, lijkend
op een bevalling. Socrates wist niets, volgens eigen zeggen, dus had overal
vragen over. Niet de wetende monoloog van de sofist en dominee maar de vragende
dialoog met mijn medemens en de wereld is de poort naar de onbereikbare
waarheid. De wereld en je medemens bezit je nooit, je kunt de wereld inclusief
je medemens slechts bevragen tot de volgende aporie.
We zijn na Socrates zozeer op antwoorden gericht dat de waarde
van de vraag zelf ons ontgaat, we zijn in een staat van vraagblindheid. We willen te
snel antwoorden en zijn bang voor de aporie, we geloven liever in ‘relatieve
waarheden, eigen waarheden of we vinden de waarheid hetzelfde als een mening. Dit
is een reden voor de hedendaagse informatiecrisis. De waarheid is niet langer
een horizon maar een bezit, “mijn waarheid!” een instrument en wapen waarmee we
macht over de wereld proberen te verkrijgen, ten koste van die wereld en
onszelf. We willen snel antwoorden en zijn bang voor onbeantwoorde vragen. Niet
te ‘beantwoorden’ vragen weigeren we te stellen, vergeten zijn we dat het ‘niet-antwoord’
het beste antwoord is op een onbeantwoordbare vraag waarvan het stellen en het niet beantwoordbare al een antwoord in
zich draagt, voorbij de taal. Hierbij denk ik aan de apofatische theologie, de
via negativa en de Tao die niet genoemd kan worden. Wittgenstein stelde, “Waarover
men niet kan spreken daarover moet men zwijgen”. Heel de Tractatus werkt juist
naar deze vaststelling toe, het brandpunt van zijn filosofie, of zelfs dé
filosofie, een aporie in Socratische zin. Hij werkte hier naartoe zoals Socrates toewerkte naar aporieën. Deze
ene laatste zin van de Tractatus bundelde als het ware zijn filosofie en
waarheidsverlangen. Velen hebben deze conclusie foutief geïnterpreteerd als een
verbod om niet direct in taal te beantwoorden vragen te stellen.
We lijken op de graalridder die door zijn opvoeding heeft
afgeleerd vragen te stellen, over de lijdende Visserkoning en de graal; als in
een plechtige processie van graaldraagsters de graal aan hem voorbijtrekt. Het
stellen van de vraag doorbreekt de isolatie van het subject ten opzichte van de
wereld. Een vraag naar het onbeantwoordbare gaat verder dan alleen maar een
informatieverzoek dit vragen kan het individu in de wereld bevestigen. Het is de
vraag naar grenzen en verbinding, de vrager komt dichter bij de waarheid ongeacht een kant en klaar antwoord.
Het is de ‘vraag’ naar handhaving, voedsel en beschutting,
die onderdelen van de natuur zich heeft doen afsplitsen tot plant, dier en
mensdier. Waarom is de natuur vragen gaan stellen? Waarom ontstond vragende
materie? Is ‘vragen’ zonder taal een inherente eigenschap van materie, is dit
de conatus, de inherente kracht of het streven van elk ding om in zijn eigen
bestaan te volharden?
Als we een vraag stellen bundelen we onszelf tegenover de
wereld waar wij echter zelf deel van uitmaken om de waarheid van de wereld als
antwoord te krijgen. De wereld bevraagd zichzelf over haar eigen waarheid. Intelligentie is combinatievermogen, de impliciete of expliciete wil om vragen te stellen is bewustzijn. Waarheid
berust op een dialoog met de wereld met medemens, is schijnbaar onafhankelijk
van ons maar maakt via de wereld waar het een onderdeel van is toch onderdeel
van onszelf uit, omdat wij ook onderdeel van de wereld zijn. Hetzelfde geldt
voor het goede en het schone. Als iets goed is voor mij ten koste van een ander
dan is dat niet het goede zoals het zich achter de onbereikbare horizon of
buiten de grot bevindt. Ware schoonheid gaat ook niet ten koste van andere
schoonheid. Het Goede, Ware en Schone zijn strevingen diep in de natuur
verankerd. Het afstand doen van deze strevingen betekent uiteenvallen in
schijnwaarheden, commerciële kitsch en als goedheid vermomd eigenbelang. Wat
dit betreft zijn metafysica en ethiek niet te scheiden. Wie de geest van het
woud, de geest van de vlakte, van de bergen en van de medemens vernietigt, door
ze op te eisen vernietigt ook zijn eigen geest. De weg naar het onbereikbare
ene, noem het de graal om toch een beetje new age achtig te doen, het antwoord
der antwoorden, is een weg van vragen niet van antwoorden.
In de Verenigde Staten heerst een man met een aversie tegen het bevragen van de situatie van de aarde de samenleving en zichzelf. De wereld wordt beheerst door mannen van de monoloog, die hún waarheid in pacht hebben.