Translate

woensdag 29 april 2026

 

Plato en Aristoteles(r) Wikipedia

EENHEID IN VEELHEID

Leven

Biologie is de leer van het leven, maar wat is leven? Je hebt chemie, dat is de studie van materie en de veranderingen die deze ondergaat. Alcohol is niet dronken, dimethyltryptamine (DMT) hallucineert niet. Ook als je het mengt met andere stoffen wordt dit mengsel niet dronken of gaat niet hallucineren. Om dronkenschap of hallucinaties te veroorzaken heb je leven en bewustzijn nodig. Er is echter geen enkele sluitende definitie van leven, wel zijn er voorwaarden. Er moet sprake zijn van groei, stofwisseling, voortplanting, evolutie etc., deze voorwaarden zijn echter allemaal noodzakelijke voorwaarden, geen voldoende voorwaarden om van leven te spreken. Kristallen kunnen groeien en zichzelf kopiëren, maar leven niet. Ook in AI duiken constructies op die aan noodzakelijke voorwaarden van leven voldoen, toch kunnen we (vooralsnog) deze constructies niet onder leven scharen. In het heelal is materie steeds gecompliceerder geworden sinds de oerknal. Deze kosmische evolutie is een noodzakelijke voorwaarde is voor het ontstaan van gecompliceerde moleculen en van leven.

Panpsychisme

 Één kenmerk van vormen van leven is bewustzijn, het reageren op de omgeving gecombineerd met de gewaarwording dat het “het iets is om te zijn”, een 1e persoonsperspectief. Evenals met betrekking tot het begrip leven is er ook geen sluitende definitie van wat bewustzijn is. Daarnaast is het extreem moeilijk om te detecteren als zelfstandig verschijnsel. De wetenschappelijke consensus is dat leven bewustzijn heeft gegenereerd.

Wat dit laatste betreft is het vaak interessant om te kijken wat er gebeurt als we oorzaak en gevolg omdraaien. Daar zijn genoeg voorbeelden van die later tot een succesvol wereldbeeld hebben geleid. Wat als niet de leven bewustzijn schept maar bewustzijn de leven.

Wat als bewustzijn fundamenteel is, zoals het panpsychisme leert.

 Scholastiek

 Materie is dan niet de motor van het ontstaan van bewustzijn, maar materie evolueert zich rond bewustzijn. In feite is dit een stap terug, weg van het idee van Descartes als materie zijnde uitgebreide substantie naar het Scholastieke principe van materie als bezielde materie met een inherente teleologie. Terug zelfs voorbij Spinoza, de God van Spinoza had geen doelen, de materie van de panpsychist heeft de innerlijke drang vanwege het inherente oerbewustzijn om steeds complexer te worden om dit bewustzijn in de materie te ontplooien. Terug naar de formele oorzaak, de doeloorzaak van Aristoteles.

Kijken we naar de biologie, daarin zit al een soort geïsoleerde teleologie, het doel van DNA is immers een code reproduceren. Die code is informatie voor komende generaties. Het doel van deze biologische processen is door evolutie geteste informatie behouden. In die zin is Darwinisme weldegelijk teleologisch, zonder “voorbedachte rade”. Ook voor Aristoteles was een vormoorzaak zonder ontwerper voldoende, dit onderscheidt hem positief van de ongefundeerde moderne theorieën over intelligent design, waarom zou immers achter een doel een uit een theologische hoge hoed getoverde almachtige dubbelmens streven zitten. De informatietheorie is in feite een herontdekking van de vormoorzaak van Aristoteles.

Wat als we deze vormoorzaak ‘informatiebehoud’ naar voren brengen en aanwezig stellen in alle materie.  Hebben we daarmee echter ook bewustzijn in materie gebracht als fundamenteel in materie?

 Materie

 Materie bestaat uit structuren, atomen, elementaire deeltjes etc.. Een structuur is altijd een structuur van iets. Tenminste op grote schaal, als je ver genoeg doorredeneert taant dit principe. Elementaire deeltjes worden gezien als puntdeeltjes, ze zijn dimensie loos, maar hebben eigenschappen, ‘werkzaamheid’. Een elementair deeltje is een georganiseerd centrum van werkzaamheid; een knooppunt in een georganiseerd centrum van informatie en krachten.

Hoe verder je doorredeneert in de microkosmos, bijvoorbeeld tot Plancklengte, hoe meer men tot de conclusie komt dat een elementair deeltje een wiskundige singulariteit is die de ruimte om zich heen vorm geeft. De  ‘vorm’, de structuur van de natuurwetten, is het enige vormgevend element, de materie blijkt een soort optische illusie op grote schaal. Massa is energie, maar ook de basis van massa is in de kwantumfysica terug te voeren op interactie met een veld, het Higgveld, een soort fundamentele eigenschap van de ruimte zelf. Fotonen hebben hier geen interactie mee.

Wat vooral overblijft is de logica, het bouwwerk, fysica wordt metafysica. We staan nu op een punt waar de oude Stoïcijnen reeds stonden, in grote lijnen dan. Het Hylemorfisme van Aristoteles klopt, alleen de Hyle, het hout is onvindbaar. Slechts de vorm van de structuur is over, een DNA code zonder vindbare materiële inbedding.

In dit gezichtspunt is de logica fundamenteel, die wordt alleen materieel bij uitzoomen op een bepaalde macro schaal.

 In-formatie

 In-formatie zou dus fundamenteel zijn, maar waar komt die ‘in’ vandaan. Die ‘in’ heeft betrekking op een vorming binnen een bepaald kader, anders zou het gewoon vorming zijn oftewel formatie.

In DNA is informatie formatie in het kader van nageslacht. Het feit dat de formatie doorgegeven wordt maakt het informatie in het kader van de volgende fase. Maar in welk kader is de informatie op kwantumniveau niet gewoon willekeurige formatie?

Stand alone informatie is meer dan alleen formatie en is in de aard der zaak een voortschrijdend proces, een sneeuwbaleffect, het wil zichzelf informeren. Één van de kenmerken van leven is omgevingsgerichtheid. Ook bewustzijn is altijd naar de buitenwereld gericht. Informatie wordt intentionaliteit. We hebben geen toegang tot de informatie die we zelf zijn. Als de ogen, die zien zichzelf niet maar wel datgene dat buiten hen is. Het universum produceert informatie uit formatie, dit zou men dan als axioma kunnen stellen, een soort oerwil als Schoppenhauer beschreef.

 Universum als tautologie

 Hier zit hem de crux met wat wij de 1e persoon noemen; alle formatie is uiteindelijk informatie, stelt zich als zodanig en wil zichzelf informeren. Informatie die zichzelf wil informeren is dan proto bewustzijn, een weg naar gecompliceerd bewustzijn, informatie die zichzelf als ontvanger heeft. De kosmos is een soort tautologie, informatie die zichzelf informeert, het universum is wat dit betreft circulair eindig, het stelt ‘ik ben die ik ben’, het universum als niet op naam maar op zichzelf gestelde informatie, een eindeloos spiegelpaleis, een droste-effect. Informatie veronderstelt een informatie-wil die in het begrip zelf zit opgesloten, zonder wil is er slechts willekeurige formatie. De willende instantie is de ‘informatiewil’ zelf, de wereld is een eindeloos zelflerend systeem/proces óver zichzelf, dit is wat wij bewustzijn noemen en dat mens en dier ver overstijgt. De logica van de taal/wiskunde en fysica (het verschil formatie en informatie is een taalkundig begrip), normaal gescheiden, vloeien op dit fundamenteel a-materialistisch niveau in elkaar over. Dit proces vertaalt zich bij uitzoomen in materiële evolutie om zichzelf te definiëren, het werkt als een soort emanatie vanuit voor ons onzichtbare niveaus.

 Oplossingen

 Bovenstaande is een forse en volkomen onbewijsbare constructie, een teleologie rond fundamenteel bewustzijn zou niettemin een aantal zaken beter kunnen verklaren. Zaken waarvoor ter verklaring in de niet teleologische visie constructies zijn bedacht die in feite nog veel grotesker zijn.

Bijvoorbeeld de ‘fine tuning’ om een universum te krijgen waar we nu in leven. De kans daarop na de oerknal was volgens fysici slechts 1 op de 10⁶⁰, onwaarschijnlijk klein. Om dit probleem op te lossen zodat ons universum toch het resultaat van willekeurige toeval zou kunnen zijn opperde men de eveneens onbewijsbare multiversum theorie. Er zijn in principe oneindig veel universa zodat het feit dat het onze er tussen gewoon te danken is aan de wet van de grote (gigantische) getallen. Dit vergt echter nogal ingrijpende gedachtenconstructies. Hoeveel universa, hoe, waar, wat is een universum etc.. Één en ander zou men kunnen omschrijven als ontologische overdaad of zelfs een ontologisch paardenmiddel om een teleologische verklaring te omzeilen. (de term is van Ans Hekkenberg, die juist het bestaan van een multiversum verdedigde). Als bewustzijn fundamenteel is, dan is de huidige staat van de wereld te verklaren vanuit de ontwikkeling daarvan en geen onwaarschijnlijk toeval meer. De noodzaak van het poneren van een gigantische hoeveelheid universa verdwijnt dan. Andere problemen die deze stellingname zou oplossen zijn het in solipsisme ontaardend idealisme en “the hard problem” van David Chamlers.  Waarom zien we bijvoorbeeld rood terwijl in het neurologisch waarnemingsproces geen spatje rood aanwezig is. We zien echter qualia als bijvoorbeeld de kleur rood en hebben een 1e persoonsperspectief omdat dit de aard van de wereld is. Wij zíjn de wereld, geen indirecte door onze hersenen gecreëerde wereld. Rood is de taal waarin de informatie-wil zich aan zichzelf meedeelt, gevolg van de informatiedaad. Het is de wereld die onze hersenen hun mogelijkheden schenkt, als we denken denkt de wereld, de denklogaritmen bevinden zich in de wereld. Met AI verlengen we onze hersenen net als we met een grijper onze armen verlengen, echter binnen ons bewustzijn.

 Zintuigen/hersenen

 De hersenen echter coderen en kanaliseren alleen maar de zintuigelijke en andere indrukken, ze beperken om een voor de lichaamsmaterie leefbare toestand te creëren. Slecht, onvolledig of afwijkend coderende en kanaliserende hersenen bijvoorbeeld door middelen leiden tot ‘geestverruiming’ en uiteindelijk tot de ondergang van de materie. De mens als materieel wezen is niet geëvalueerd voor direct bewustzijn, dat zou zijn materiële ondergang betekenen.

De materie geeft definitie aan de wereld, zonder kanaliserende materie geen definitie, wat niet wil zeggen dat bij uitval van delen materie de wereld verdwijnt. Materie lokaliseert bewustzijn, koppelt het aan functies en plaatst het in een bandbreedte in ruimtetijd. Onze hersenen zijn levende structuren, het bijzondere van deze levende structuren ten opzichte van dode AI structuren is dat ze direct aan bewustzijn gekoppeld zijn en niet indirect als AI structuren. AI is indirect, via ons, aan de wereld gekoppeld. AI is syntaxis uiteindelijk toegepast met onze sematiek. Ook AI kan niet vertellen hoe je (gedachte-experiment) dork moet gnuiven als je er vanuit gaat gnuiven een zintuigelijke functie is die wij niet kennen maar wel bewoners van Kepler-452b. De syntaxis van AI zou gevuld moeten worden door Keplerbewoners met de semantiek met betrekking tot gnuiven om betekenisvol te zijn. Wij geven met ons bewustzijn AI resultaten indirect betekenis.

Om een vergelijking met vuur te maken, als bewustzijn vuur zou zijn, dan zouden hersenen brandbaar materiaal zijn, het bewustzijnsvuur gebruikt de hersenen als een bosbrand het bos, de materie van AI zou onbrandbaar materiaal zijn. Hoe brandbaar materiaal ook is, het veroorzaakt geen brand. Hoe kan de bewustzijnsvonk dan gebruik maken van de neuronen in het brein en niet van siliconen chips? De reden voor dit verschil zou best wel diep in de aard van materie/het universum en de evolutie daarvan kunnen liggen.

 Micropsychisme/kosmopsychisme

 Het gezichtspunt dat fundamentele dingen bestaan op microniveau noemt men ook smallisme. Feiten over grote dingen zijn gegrond in feiten over kleine dingen, waarbij het microniveau fundamenteel is. Als panpsychisme klopt en bewustzijn dus fundamenteel is, dan is er volgens dit gezichtspunt microbewustzijn. Wat dit microbewustzijn precies is kunnen we niet zeggen maar het staat ver af van menselijk bewustzijn en ervaring. Misschien berust het in de inherente neiging van informatie om materie te worden.

‘Priority monism’ is het omgekeerde van Smallisme. Jonathan Schaffer stelt dat feiten over kleine dingen gegrond zijn in grote dingen, atomen in de tafel bestaan omdat de tafel bestaat. Als men op deze manier doorredeneert bestaan de dingen uiteindelijk bij de gratie van het grootste object: het universum als geheel. Er bestaat dus maar één fundamenteel concreet object en dat is het universum, dit bezit ontologische prioriteit en gaat vooraf aan andere objecten. Alles behalve het universum zelf is een afgeleide van het universum. Ongeveer parallel aan de metafysica van dit priority monism is het priority cosmopsychism. Priority monism stelt dat er maar één basisobject bestaat, het universum, priority cosmopsychism stelt dat er maar één basisbewustzijn bestaat, het kosmisch bewustzijn. Dit heeft ontologische prioriteit over andere bewustzijnen, alle andere bewustzijnen zijn afgeleiden van dit kosmisch bewustzijn. Bij deze vorm van panpsychisme is het universum elementair en als zodanig bewust zo merkt ook Itay Shani op. Hij spreekt in dit kader van het “absolute” (Zie hiervoor ook de blog Ruimte/tijdservaring als zwermfenomeen van het organisme bij panpsychisme 10 dec. 2025).

Toch zou deze tegenstelling tussen veelheid en eenheid wel eens op het onvermogen van onze perceptiemogelijkheden kunnen berusten.

 Tegenstelling eenheid/veelheid als optische illusie

 Veelheid is op een onbegrepen manier slechts schijn. Fotonen bewegen zich voort op de lichtsnelheid. Op de lichtsnelheid bestaat geen tijd, dus ook geen ruimte. Zonder ruimtetijd is veelheid onmogelijk. Vanuit het perspectief waaruit licht voortkomt, de lichtsnelheid, bestaat geen veelheid aan fotonen maar slechts één singulariteit/foton; de zon van Plato is concreter dan we dachten. Helaas dit alles kunnen we gebrekkig denken, dit ligt niet aan het feit dat een fotonperspectief onzin zou zijn, een oerknalperspectief is dit immers ook niet, maar aan onze hersenen.

Als we onszelf beleven, beleven we het hele universum, zoals wij onszelf beleven, beleeft materie zichzelf. De grens tussen waarnemer en het waargenomen vervaagt; het subject verdwijnt in de wereld als de vorm van een wolk als we er doorheen vliegen.