Plato en Aristoteles(r) Wikipedia
EENHEID IN VEELHEID
Leven
Biologie is de leer van het leven, maar wat is leven? Je hebt chemie, dat is de studie van materie en de veranderingen die deze ondergaat. Alcohol is niet dronken, dimethyltryptamine (DMT) hallucineert niet. Ook als je het mengt met andere stoffen wordt dit mengsel niet dronken of gaat niet hallucineren. Om dronkenschap of hallucinaties te veroorzaken heb je leven en bewustzijn nodig. Er is echter geen enkele sluitende definitie van leven, wel zijn er voorwaarden. Er moet sprake zijn van groei, stofwisseling, voortplanting, evolutie etc., deze voorwaarden zijn echter allemaal noodzakelijke voorwaarden, geen voldoende voorwaarden om van leven te spreken. Kristallen kunnen groeien en zichzelf kopiëren, maar leven niet. Ook in AI duiken constructies op die aan noodzakelijke voorwaarden van leven voldoen, toch kunnen we (vooralsnog) deze constructies niet onder leven scharen. In het heelal is materie steeds gecompliceerder geworden sinds de oerknal. Deze kosmische evolutie is een noodzakelijke voorwaarde is voor het ontstaan van gecompliceerde moleculen en van leven.
Panpsychisme
Wat dit laatste betreft is het
vaak interessant om te kijken wat er gebeurt als we oorzaak en gevolg
omdraaien. Daar zijn genoeg voorbeelden van die later tot een succesvol
wereldbeeld hebben geleid. Wat als niet de leven bewustzijn schept maar
bewustzijn de leven.
Wat als bewustzijn fundamenteel
is, zoals het panpsychisme leert.
Kijken we naar de biologie, daarin
zit al een soort geïsoleerde teleologie, het doel van DNA is immers een code
reproduceren. Die code is informatie voor komende generaties. Het doel van deze
biologische processen is door evolutie geteste informatie behouden. In die zin
is Darwinisme weldegelijk teleologisch, zonder “voorbedachte rade”. Ook voor
Aristoteles was een vormoorzaak zonder ontwerper voldoende, dit onderscheidt
hem positief van de ongefundeerde moderne theorieën over intelligent design,
waarom zou immers achter een doel een uit een theologische hoge hoed getoverde
almachtige dubbelmens streven zitten. De informatietheorie is in feite een
herontdekking van de vormoorzaak van Aristoteles.
Wat als we deze vormoorzaak ‘informatiebehoud’
naar voren brengen en aanwezig stellen in alle materie. Hebben we daarmee echter ook bewustzijn in
materie gebracht als fundamenteel in materie?
Hoe verder je doorredeneert in de
microkosmos, bijvoorbeeld tot Plancklengte, hoe meer men tot de conclusie komt
dat een elementair deeltje een wiskundige singulariteit is die de ruimte om
zich heen vorm geeft. De ‘vorm’, de
structuur van de natuurwetten, is het enige vormgevend element, de materie blijkt
een soort optische illusie op grote schaal. Massa is energie, maar ook de basis
van massa is in de kwantumfysica terug te voeren op interactie met een veld,
het Higgveld, een soort fundamentele eigenschap van de ruimte zelf. Fotonen
hebben hier geen interactie mee.
Wat vooral overblijft is de logica,
het bouwwerk, fysica wordt metafysica. We staan nu op een punt waar de oude
Stoïcijnen reeds stonden, in grote lijnen dan. Het Hylemorfisme van Aristoteles
klopt, alleen de Hyle, het hout is onvindbaar. Slechts de vorm van de structuur
is over, een DNA code zonder vindbare materiële inbedding.
In dit gezichtspunt is de logica
fundamenteel, die wordt alleen materieel bij uitzoomen op een bepaalde macro schaal.
In DNA is informatie formatie in
het kader van nageslacht. Het feit dat de formatie doorgegeven wordt maakt het
informatie in het kader van de volgende fase. Maar in welk kader is de
informatie op kwantumniveau niet gewoon willekeurige formatie?
Stand alone informatie is meer dan
alleen formatie en is in de aard der zaak een voortschrijdend proces, een
sneeuwbaleffect, het wil zichzelf informeren. Één van de kenmerken van leven is
omgevingsgerichtheid. Ook bewustzijn is altijd naar de buitenwereld gericht. Informatie
wordt intentionaliteit. We hebben geen toegang tot de informatie die we zelf
zijn. Als de ogen, die zien zichzelf niet maar wel datgene dat buiten hen is. Het universum
produceert informatie uit formatie, dit zou men dan als axioma kunnen stellen,
een soort oerwil als Schoppenhauer beschreef.
Bijvoorbeeld de ‘fine tuning’ om
een universum te krijgen waar we nu in leven. De kans daarop na de oerknal was
volgens fysici slechts 1 op de 10⁶⁰, onwaarschijnlijk klein. Om dit probleem op
te lossen zodat ons universum toch het resultaat van willekeurige toeval zou
kunnen zijn opperde men de eveneens onbewijsbare multiversum theorie. Er zijn in
principe oneindig veel universa zodat het feit dat het onze er tussen gewoon te
danken is aan de wet van de grote (gigantische) getallen. Dit vergt echter
nogal ingrijpende gedachtenconstructies. Hoeveel universa, hoe, waar, wat is
een universum etc.. Één en ander zou men kunnen omschrijven als ontologische
overdaad of zelfs een ontologisch paardenmiddel om een teleologische verklaring
te omzeilen. (de term is van Ans Hekkenberg, die juist het bestaan van een
multiversum verdedigde). Als bewustzijn fundamenteel is, dan is de huidige
staat van de wereld te verklaren vanuit de ontwikkeling daarvan en geen
onwaarschijnlijk toeval meer. De noodzaak van het poneren van een gigantische
hoeveelheid universa verdwijnt dan. Andere problemen die deze stellingname zou oplossen
zijn het in solipsisme ontaardend idealisme en “the hard problem” van David
Chamlers. Waarom zien we bijvoorbeeld
rood terwijl in het neurologisch waarnemingsproces geen spatje rood aanwezig
is. We zien echter qualia als bijvoorbeeld de kleur rood en hebben een 1e
persoonsperspectief omdat dit de aard van de wereld is. Wij zíjn de wereld,
geen indirecte door onze hersenen gecreëerde wereld. Rood is de taal waarin de
informatie-wil zich aan zichzelf meedeelt, gevolg van de informatiedaad. Het is
de wereld die onze hersenen hun mogelijkheden schenkt, als we denken denkt de
wereld, de denklogaritmen bevinden zich in de wereld. Met AI verlengen we onze
hersenen net als we met een grijper onze armen verlengen, echter binnen ons
bewustzijn.
De materie geeft definitie aan de
wereld, zonder kanaliserende materie geen definitie, wat niet wil zeggen dat
bij uitval van delen materie de wereld verdwijnt. Materie lokaliseert
bewustzijn, koppelt het aan functies en plaatst het in een bandbreedte in
ruimtetijd. Onze hersenen zijn levende structuren, het bijzondere van deze
levende structuren ten opzichte van dode AI structuren is dat ze direct aan
bewustzijn gekoppeld zijn en niet indirect als AI structuren. AI is indirect,
via ons, aan de wereld gekoppeld. AI is syntaxis uiteindelijk toegepast met onze
sematiek. Ook AI kan niet vertellen hoe je (gedachte-experiment) dork moet gnuiven
als je er vanuit gaat gnuiven een zintuigelijke functie is die wij niet kennen
maar wel bewoners van Kepler-452b. De syntaxis van AI zou gevuld moeten worden door
Keplerbewoners met de semantiek met betrekking tot gnuiven om betekenisvol te
zijn. Wij geven met ons bewustzijn AI resultaten indirect betekenis.
Om een vergelijking met vuur te
maken, als bewustzijn vuur zou zijn, dan zouden hersenen brandbaar materiaal
zijn, het bewustzijnsvuur gebruikt de hersenen als een bosbrand het bos, de
materie van AI zou onbrandbaar materiaal zijn. Hoe brandbaar materiaal ook is,
het veroorzaakt geen brand. Hoe kan de bewustzijnsvonk dan gebruik maken van de
neuronen in het brein en niet van siliconen chips? De reden voor dit verschil
zou best wel diep in de aard van materie/het universum en de evolutie daarvan kunnen
liggen.
‘Priority monism’ is het
omgekeerde van Smallisme. Jonathan Schaffer stelt dat feiten over kleine dingen
gegrond zijn in grote dingen, atomen in de tafel bestaan omdat de tafel
bestaat. Als men op deze manier doorredeneert bestaan de dingen uiteindelijk bij
de gratie van het grootste object: het universum als geheel. Er bestaat dus
maar één fundamenteel concreet object en dat is het universum, dit bezit
ontologische prioriteit en gaat vooraf aan andere objecten. Alles behalve het
universum zelf is een afgeleide van het universum. Ongeveer parallel aan de
metafysica van dit priority monism is het priority cosmopsychism. Priority
monism stelt dat er maar één basisobject bestaat, het universum, priority cosmopsychism
stelt dat er maar één basisbewustzijn bestaat, het kosmisch bewustzijn. Dit
heeft ontologische prioriteit over andere bewustzijnen, alle andere
bewustzijnen zijn afgeleiden van dit kosmisch bewustzijn. Bij deze vorm van
panpsychisme is het universum elementair en als zodanig bewust zo merkt ook
Itay Shani op. Hij spreekt in dit kader van het “absolute” (Zie hiervoor ook de
blog Ruimte/tijdservaring als zwermfenomeen van het organisme bij panpsychisme
10 dec. 2025).
Toch zou deze tegenstelling tussen
veelheid en eenheid wel eens op het onvermogen van onze perceptiemogelijkheden
kunnen berusten.
Als we onszelf beleven, beleven we
het hele universum, zoals wij onszelf beleven, beleeft materie zichzelf. De
grens tussen waarnemer en het waargenomen vervaagt; het subject verdwijnt in de
wereld als de vorm van een wolk als we er doorheen vliegen.