Translate

maandag 2 januari 2012

Tennessee Valley Authority



Allereerst de beste wensen voor 2012!
Even de wereldproblemen verder oplossen.
Inderdaad, net als wat Fred zegt, iedereen schept een eigen werkelijkheid.
Zo ook landen.

Als het in Nederland slecht gaat met bijvoorbeeld Brabant, als daar corruptie heerst en de economie slecht functioneert, heeft vrijwel niemand er moeite mee dat de rijksoverheid ingrijpt en er geld in steekt om de problemen op te lossen.

Op de lange termijn is een gezond Brabant immers belangrijk voor heel Nederland.

Hetzelfde geldt in iets mindere mate voor de Verenigde Staten. Als het slecht met bijvoorbeeld Texas gaat, dan gaat het slecht met het hele land. Toch hebben de staten veel meer politieke autonomie als onze provincies, de VS zijn een federatie.
In Europa als geheel ontbreekt een dergelijk besef.
Als Griekenland corrupt is en een zwakke economie heeft  dan zeggen we, dat moeten die Grieken zelf maar oplossen,wij pompen geen geld in een bodemloze put.


De Noord-Hollandse of Friese belastingbetaler wil desnoods wel geld pompen in een zieltogend Brabant maar niet in Griekenland.
De zwaar in de schulden zittende zuid Europese landen raken steeds meer in een vicieuze cirkel van werkloosheid, armoede, dalende belastingopbrengsten, nog meer schulden, nog meer informele economie, nog meer corruptie, nog minder belastingopbrengst etc. etc. 
Op de lange termijn is dat slecht voor heel Europa, ook voor de noordelijke landen.

Leerzaam is het te kijken wat de VS deden in de crisis van de 30er jaren. Roosevelt lanceerde de New Deal om het land uit het slop van de grote depressie te trekken.
Onderdeel van de New Deal waren grote projecten als de Tennessee Valley Authority, een serie dammen in de Tennessee. 
Volgens mij zouden we dat nu  in Europa ook moeten doen.
Een serie grote, min of meer rendabele projecten in zuid Europa,bijvoorbeeld op het gebied van duurzame productie, vervoer of milieu,  aangestuurd en gefinancierd door de EU. Deze projecten zouden onze Europese projecten moeten zijn, met als doel de zuid Europese economieën uit de slop te trekken. Ze zouden werkgelegenheid en know-how op moeten leveren voor de betreffende landen.
Op korte termijn echter zouden deze projecten alleen maar geld kosten, maar waarom zou bijvoorbeeld de Nederlander een dergelijk offer wel voor bijvoorbeeld Limburg willen brengen (sinds de sluiting van de mijnen is de provincie waar Wilders veel volgelingen heeft een dure provincie) en niet voor Griekenland?


Geleen en de Staatsmijn Maurits
Euregionaal Historisch centrum

zondag 18 december 2011

HOE DE CRISIS OP TE LOSSEN?




Dus weer terug naar archieven.
We hebben gezien dat niet de actualiteit de bewaarbaarheid van een archief bepaalt maar de informatiewaarde binnen een onderwerp.
Hoe bepalen we nu die informatiewaarde?
Dat is inderdaad niet makkelijk maar we hebben daarvoor een leidraad, en wel de UDC code.
Hoe hoger en algemener een archief binnen een bepaald onderwerp, hoe meer het de moeite waard is het te bewaren.


Een gezonde eekhoorn

Oké, dit is een blog, alles mag en dit wordt saai.
Hierboven heb ik het problemen met betrekking tot archieven opgelost, nu ga ik, evenals waarschijnlijk duizenden andere bloggers even de economische crisis oplossen.
Te beginnen met de volgende vergelijking.
In de Verenigde Staten heerste de pest in een natuurpark.
Niemand was ziek en toch heerste er een dodelijke ziekte, ra, ra hoe kan dat?
Men had de pestbacil vastgesteld bij vlooien op eekhoorns. Het park werd afgesloten, er werden waarschuwingsborden geplaatst, niemand betrad het gebied zonder voorzorg en aldus werd niemand ziek, onlangs de aanwezigheid van de ziekte zelf.

In de jaren 1980 had de vredesbeweging een leus, "er was oorlog maar niemand ging".
Dat zou mooi zijn, er is één verschil met het natuurpark, oorlog zit in tegenstelling tot de pest alleen in de hoofden van mensen. Als niemand het natuurpark betreedt blijft de pest nog steeds heersen, als niemand naar de oorlog gaat, is er ook geen oorlog.

Wat voor oorlog geldt, geldt ook voor crisis.
Ook de crisis is geen natuurverschijnsel dat heerst, maar iets dat alleen in de hoofden van mensen bestaat. Als we gezamenlijk besluiten dat er geen oorlog is, dan is er geen oorlog, hetzelfde geldt voor crisis, het is iets dat we elkaar aandoen.
Dit klinkt simplistisch, maar hoe je ook zoekt je zult nergens een crisis vinden, crisis zit in ons hoofd.
Crisis is een ideeëncomplex om mensen te disciplineren.
Dat geldt voor meer ideeëncomplexen.

Wordt vervolgd.

maandag 31 oktober 2011

DE DRAAD WEER OPGEPAKT


Een van de eerste wedstrijden van Haag Atletiek


Een tijd niet geblogd. De laatste tijd heb ik het druk gehad met het archief van Haag Atletiek, met name met een artikel voor het clubblad.
Maar goed, nu heb ik weer tijd.
De vorige blog ging vooral over de lichtsnelheid. Ik vroeg wie de naam van de vogeltjes kende. Fred wist het antwoord, het eerste groene vogeltje was een de bijeneter. Het tweede groene vogeltje een de Groene Specht!
De groene specht heeft dus de wonderlijke eigenschappen van fotonen.

Eigenlijk is dit een archiefblog.
Maar goed, als ik wil kan ik natuurlijk alles ter sprake brengen. Ik heb nog een vraag aangaande het heelal en wat dies meer zij. Deze zal ik te zijner tijd nog aan bod laten komen.

Waar waren we gebleven met betrekking tot archieven?
Mijn idee was dat binnen een bepaald onderwerp, die archieven die de meeste informatie over dat onderwerp geven, geïnventariseerd moeten worden.
Van de overige archieven bewaard men alleen de ruggegraat.
Maatschappelijke relevantie mag geen doorslaggevende rol spelen.
Hoe bepaal je nu het informatiegehalte van een archief?
Daar is een middel voor, maar eigelijk is dat een te saai onderwerp om een hele blog aan te wijden.
Daarom ga ik beetje bij beetje het door mij beoogd systeem uiteenzetten.

vrijdag 7 oktober 2011

OVER GROENE VOGELTJES


Een gewoon groen vogeltje

Vóór ik verder ga over archieven en Fred beantwoord nog even het volgende. Het is immers een blog.
Ook ik kan Jacob niet uit zijn gelukzalige onwetendheid bevrijden, omdat ook ik in deze staat verblijf.
Waarschijnlijk dat hij het onderstaande verhaal al lang snapte gezien zijn bemerking over naar de toekomst reizen. Maar ik vind het leuk om over groene vogeltjes etc. te schrijven.
Bovendien heb ik voor schoolmeester geleerd.
Stel je hebt een normaal groen vogeltje, dat vliegt met 55 km per uur.
Als je er met de trein die 50 km per uur naast gaat rijden, vliegt dat groen vogeltje vanuit de visie van de treinreiziger nog maar met 5 km per ten opzichte van de trein.


Een speciaal groen vogeltje

Nu komt er een speciaal groen vogeltje.
Dat vogeltje heeft de eigenschap dat het zich van iedereen die hem ziet vliegen, met een snelheid van 55 km per uur verwijdert.
Dus zowel voor iemand die op het perron staat als ten opzichte van de treinreiziger vliegt hij altijd met 55 km per uur voorbij.
Ra, ra hoe kan dat??
Heel eenvoudig doordat de tijd in de trein langzamer gaat lopen, naarmate de trein de snelheid van het vogeltje benadert.
Als de trein 54 km per uur rijdt, gaat de tijd in de trein nog maar heel langzaam althans volgens de passagier op het perron. De reizigers in de trein merken hier niets van, zij beleven alles op normale snelheid. Alleen zouden ze het raar kunnen vinden dat het vogeltje ten opzichte van hen nog even snel vliegt, als toen zij nog op het perron stonden. Ze wanhopen aan het feit of ze het groene vogeltje nog ooit kunnen inhalen.
Rijdt de trein even hard als het vogeltje dan staat de tijd in de trein stil.
Een eindeloze hoeveelheid electriciteit zou daarom nodig zijn om hem nog harder te laten rijden, althans aan die electriciteitsstoot om hem 56 km per uur te laten rijden komt geen eind omdat de tijd stilstaat..
Het groene vogeltje is in dit verhaal dus de constante factor, de tijd is flexibel.
Dat vogeltje nu zou je kunnen vervangen door de lichtsnelheid, bijna 300.000 km per seconde.
Dat de tijd stil staat in de trein snap ik nog wel. Hoe de tijd daadwerkelijk terug kan lopen bij overschrijding als ze het vogeltje inhalen niet.
Wel snap ik dat dat als ze naar het perron kijken ze de tijd terug zien lopen. Ze halen immers steeds meer licht in, op een gegeven moment kunnen ze hun eigen vertrek zien. Als ze maar snel genoeg gaan zien ze Napoleon, Karel de grote et..
Maar, als wij de dichtstbijzijnde ster zien (zonder telescoop onzichtbaar), kijken we 4 jaar in de tijd terug.
We kijken dan dus naar 2007. Reizen we er binnen bijvoorbeeld een uur naartoe, als dat zou kunnen, dan is het daar gewoon 2011.
Misschien dat Frank weet hoe het komt dat de tijd ook echt terugloopt als je sneller als het licht gaat en of dat wel echt zo is?

Nu is mijn vraag aan de oplettende lezer:
-Wie ziet ze vliegen?
-Waarom is het vogeltje groen?

Volgende keer weer een vraag en terug naar archieven.

woensdag 5 oktober 2011

PARADIGMASHIFTS


Zwaartekracht kromt de ruimtetijd.

Alvorens Fred te beantwoorden kan ik even wat anders niet laten.
Leuk die berichten over neutrino’s die sneller dan het licht zouden kunnen, we hadden het er net over.
Omdat lichtsnelheid als de vaststaande grootheid is geponeerd, die voor elke beschouwer even hoog is, moet tijd de flexibele factor zijn.
Als je 95% van de lichtsnelheid bereikt gaat het licht nog even snel (300.000 km per seconde) de tijd gaat bij het benaderen van deze snelheid echter steeds langzamer, gezien vanuit het standpunt van een zich langzamer voortbewegende beschouwer. Zelf zou je dat dus niet merken. Ook als twee voorwerpen elkaar met 70% van de lichtsnelheid naderen, is hun onderlinge snelheid niet 140% van de lichtsnelheid maar kleiner dan de lichtsnelheid, volgens een bepaalde formule.
Op de lichtsnelheid staat de tijd stil. Het is dan onmogelijk om een extra duw te geven om een object nog sneller te laten bewegen. Die duw zou immers eeuwig moeten duren, de tijd staat immers stil, een oneindige hoeveelheid energie zou dan dus nodig zijn.
Zwaartekracht heeft dezelfde invloed als versnelling vandaar ook deze tijdseffecten bij zwaartekrachtvelden.
Deze tijdseffecten hoe klein ook op menselijke schaal zijn daadwerklijk met atoomklokken gemeten en bij satelietcommunicatie via Tomtoms moet er zelfs rekening mee worden gehouden.
Het sneller vliegen dan licht van die neutrino’s zou dus tegen alle nu bekende en experimenteel bewezen natuurwetten indruisen.

De ideeën van Copernicus veroorzaakten een paradigmashift, de Coperniaanse wending

De relativiteitstheorie is een paradigma in de natuurkunde. Die metingen met die neutrino’s zijn, als ze kloppen, een prachtige anomalie.
De vraag is of deze metingen, als ze dus kloppen, in overeenstemming met de relativiteitstheorie te brengen zijn, die immers stelt dat normale deeltjes met massa aan snelheden beneden de lichtsnelheid gebonden zijn.
Kan dit niet dan zou er een paradigmaverschuiving kunnen plaatsvinden in de natuurwetenschap, aldus de theorie van wetenschapsfilosoof Thomas Kuhn.

Is archivistiek ook een wetenschap waar paradigmaveranderingen in plaats kunnen vinden.

Archivistiek is volgens mij nauwelijks een wetenschap te noemen, hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld marketing of management. Het is eerder een ambacht.
Archivistiek beschrijft een methode. Achieven zijn door mensen gemaakt en niets schrijft voor wat je ermee moet doen, er valt niets objectief te meten. Hooguit zou bijvoorbeeld de constatering dat archieven organisch gevormde zijn een wetenschappelijke vaststelling zijn.
Vroeger heette archivistiek een hulpwetenschap van de geschiedenis en nu zou archivistiek uitgroeien tot een volwaardige wetenschap. Daarom hebben ze de zaak maar bij de universiteit en hogeschool ondergebracht (heb ik gelezen).
Allemaal grote onzin. Wel kun je wetenschappelijke methoden gebruiken in de achivistiek. (marketing en management).
Een verandering in een methode van aanpak is geen paradigmaverandering. Zeker niet als er bezuinigingen aan ten grondslag liggen.
Het teveel willen verwetenschappelijken van de archivistiek veroorzaakt juist problemen. Daarover later meer.

Hoe bepaal je nu het het informatiegehalte van een archief?

Wordt vervolgd.

dinsdag 20 september 2011

HET ARCHIEFLANDSCHAP ALS THEATER



Het "archieflandschap" als een theater

De vorige blog klinkt nogal hoogdravend en abstract, dat geef ik toe.
Daarom nu wat concreter, met een kort vermakelijk zweefmoment .

Als je een document verzendt wordt dat door iemand ontvangen. Dat ontvangen document geeft weer aanleiding tot één of meer nieuwe documenten, die weer aan de afzender van het ontvangen document of aan anderen verzonden worden.
Al die afzenders en ontvangers hebben een plaats in de ruimte, het ministerie zit in den Haag, de gemeente in Amsterdam, provincies, verenigingen, burgers etc. etc.
Als die ontvangen en verzonden documenten opgeslagen worden ontstaan archieven.
Uiteraard heb je ook interne documenten, die hebben weer een ruimte aspect binnen de organisatie.
Vandaar dat archieven knooppunten zijn in netwerken van informatiestromen.
Die netwerken veranderen in de loop der tijd. Verenigingen verdwijnen bijvoorbeeld, of overheden breiden uit, verzelfstandigen  etc. etc. Sommige contacten kunnen daardoor bijvoorbeeld intensiever worden, andere contacten verminderen of verdwijnen of de aard daarvan veranderd.
Daarnaast kan bijvoorbeeld een plan, een contract, een vergunning, een ontwerp, een rapport etc. etc. na bijvoorbeeld tien jaar nog langer aanleiding zijn tot documentstromen.
Archieven zijn dus ook informatieknooppunten van netwerken als je de factor tijd beschouwt.
Dit spreekt uiteraard vanzelf.

Een zijstapje, dat mag in blogs. Eigenlijk zijn wij zelf als persoon ook een soort informatieknooppunten in ruimte en tijd.
Ware het niet dat die ruimte en tijd zelf, zoals we die beleven, geen objectief podium vormt.
Ruimte en tijd is zelf ook informatie , die, onvermijdelijk, of we willen of niet, door onze eigen hoofden wordt gegenereerd. Overigens heeft dit idee totaal niets met de natuurkundige relativiteitsleer te maken, dat weet ik, hoewel het kenmerkend is dat we de singulariteiten in zwarte gaten niet echt logisch kunnen behappen.
Singulariteiten zijn punten waarin natuurwetten onzinnige waarden opleveren.

We dragen dus ieder ons eigen ruimte/ tijd podium mee, zit in onze software, buiten ruimte en tijd kunnen we niet denken, voor ons is dit dus een onbegrensd podium.
Eigenlijk is het dan helemaal geen podium, want dat is immers in de aard der zaak een begrensde ruimte. Buiten een echt podium is iets, in ieder geval toeschouwers, zij vormen de zinshorizon van een podium.

Voor archieven kunnen we wel een podium in ruimte en tijd creëren waarop ze acteren, we kunnen er van buiten af tegenaan kijken.
Eerst een landschap, toen een netwerk en nu ineens een podium zal de oplettende lezer zich afvragen?  Maar lezer, dat is minder vergezocht dan het lijkt, je spreekt immers ook van een web aan intriges of een kluwen van gebeurtenissen.
Eigenlijk zijn archieven een spel, een door de mensen geënsceneerd en bedacht spel wel te verstaan. Hetzelfde geldt overigens voor onze perceptie van “de geschiedenis” als zodanig.
Er is echter geen regisseur, ieder speelt zijn rol en niemand weet hoe het afloopt. Archivarissen brengen dit spel in beeld. Je hebt archieven als hoofdrolspelers, bijrol, figuranten, alles wat je in een toneelspel tegen kan komen.
Het enige verschil is dat het publiek zelf, de onderzoeker, bepaalt wie de hoofdrol heeft en wie figuranten zijn. Een archief dat nu belangrijk wordt gevonden is dat over 50 jaar misschien niet meer en andersom.
Valt hier nu verder niets te zeggen. Toch wel.

In een toneelstuk is de hoofdrolspeler, degene met wie men zich identificeert, degene via wie we de meeste en in onze ogen beste informatie over gebeuren ontvangen. En die zelf ook de meeste informatie ontvangt zodat wij door zijn ogen de gebeurtenissen beschouwen.
Wat archieven betreft geldt dit in feite ook, daarnaast hebben we met belangstellingsonderwerpen te maken. Deze wisselen sterk met de tijd. Als een archief weinig informatie verstrekt maar het onderwerp is “in” dan zal dat archief toch intensief bestudeerd worden. Elk beetje informatie zal gekoesterd worden.
Stel dat Obama lid was van bijvoorbeeld een biljartclub, dan zal het archief daarvan etc..
We kunnen dus het archieflandschap verdelen in onderwerpen en per onderwerp onderscheid maken tussen figurantarchieven die weinig inkomende en uitgaande informatie, tot de “hoofdrolarchieven” archieven die veel informatie over het betreffende onderwerp ontvangen en uitzenden.

Van de "figurantarchieven" hoef je alleen maar de harde kern te bewaren (zeker digitaal zou dat moeten lukken). De hoofdrolarchieven zou je helemaal moeten inventariseren.
Je kijkt dus in de eerste plaats naar de archieven zelf, niet naar de archiefvormers. Hoewel je die uiteraard wel goed moet kennen, de kennis over hen kun ja als ondersteuning gebruiken bij het onderzoek van de archieven.
Bij selectie moet dus volgens mij niet de actualiteitswaarde, maar het informatiegehalte van een archief (deel), centraal staan.
Goudgehalte wordt ook bepaald.


Hoe bepaal je nu het het informatiegehalte van een archief?

Wordt vervolgd.

vrijdag 2 september 2011

VERZAMEL NOOIT ARCHIEVEN


Archieven zijn knooppunten binnen informatiestromen in ruimte en tijd.


Om even op "Jacob" terug te komen.
Archieflandschap is een goede term.
Het ideaal bestaat niet maar de blog blijft redeneren.
Wat betreft Fred, archieven worden pas doolhoven na mijn bewerking.

Laten we de zaken eens bekijken vanuit de beeldspraak van verkeersdeskundigen.
Je hebt wegen, pleinen en grote verkeersknooppunten. Gezamenlijk vormen deze een web, de infrastructuur.




Evenals het verkeer stroomt informatie altijd, en wel van de ene naar de andere persoon.
Als je dat vertaalt naar archieven, je hebt interarchivale documentstromen (nieuw woord) wegen dus, minder belangrijke archieven, pleinen dus, en archieven die belangrijk zijn omdat een groot aantal documentstromen daar samenkomen, verkeersknooppunten.
Van een groot aantal pleinen wil ik alleen de ruggegraat bewaren, van de verkeersknooppunten zou een inventaris moeten komen.

Waaruit bestaan die interarchivale documentstromen?
Uit brieven met stukken ter kennis, mails en circulaires.
Probeer netwerken van archieven in beeld te krijgen via deze interarchivale documentstromen en zo de “verkeersknooppunten” op te sporen.
Moderne DMSen zijn uitermate geschikt om documentstromen in beeld te krijgen, maar ook zonder DMS zou het moeten lukken.
Houdt het beeld dat zo ontstaat naast het beeld wat je krijgt door middel van institutioneel onderzoek. Waartegen ik bezwaar heb als je het als enige criterium gebruikt, zie voorgaande. Maar wat je wel als ondersteuning kunt gebruiken.

Verzamel nooit naar eigen voorkeur binnen archieven maar ook niet de archieven zelf.
Een archief is een organisch gegroeid geheel, hetzelfde geld voor het archieflandschap.
Ook daarvan moet men de structuur zoveel mogelijk intact laten.
De grote lijnen van dit principe mogen dan stammen uit het einde van de 19e eeuw (Muller, Feith en Fruin), als men er zich niet aan houdt vallen we terug, en wel naar de toestand aanh het begin van de 19e eeuw.

Hoe moet men archieven als knooppunten binnen documentstromen zien?
Hier treed ik dus enigszins in herhaling.
Archieven produceren geen documenten, dat doen archiefvormers.
Dit lijkt een flauwe opmerking maar is de moeite waard om nader in ogenschouw te nemen.

Een archiefvormer stelt een document op met de bedoeling om dit door te sturen, er vervolgens een reactie op te krijgen of om te bewaren zodat hij het later nog eens in kan zien (geheugensteunend). In archieven worden de ingekomen en uitgaande documenten opgeslagen (naast de interne stukken).
Er is dus een continue wederzijdse documentenstroom, met allerlei vertakkingen tussen archiefvormers, archieven zijn dus de knooppunten in deze documentenstroom. Deze documentennetwerken bevinden zich niet alleen in de ruimte maar ook in de tijd. Een contract of akte bijvoorbeeld kan na eeuwen nog aanleiding tot documentstromen geven.
Samengevat, archieven zijn dus knooppunten binnen documentstromen die als het ware een netwerkstructuur in tijd en ruimte vormen.
Je hebt binnen dit web grote centrale knooppunten, waar veel documenten samenkomen en kleine knooppunten, die als het ware aan de rand van het web liggen. Ook heb je knooppunten die aanvankelijk klein zijn maar uitgroeien, het tijdsaspect van het web indachtig.

Wordt vervolgd