Translate

donderdag 13 maart 2014

HET GRIJPEN VAN DE TIJD


Zo, de computer is eindelijk weer gemaakt.
We keren weer terug op ons betoog.
In essentie zijn we dus eenheden tijdsbeleving.
Dit tijdsbeleven op zich is een gebeurtenis maar ook een voorwaarde voor het beleven van andere gebeurtenissen.
Gebeurtenissen bestaan uit gedachten, waarnemingen, handelingen, mogelijk gemaakt door middels evolutie gecreëerde hersenmodules. Reptielen hebben een reptielenmodule, honden een hondenmodule, dolfijnen een dolfijnenmodule en mensen een mensenmodule.

Modules

Ook binnen de soort zijn er verschillen in module als het ware, je hebt geniale mensen, muzikale mensen, autistische mensen etc.
Buiten tijdbeleving is er ook tijd, vergelijk het met drinken, ook buiten drinken is er water.
Water was er voor er leven was, leven heeft water aangewend om te bestaan.
Als niemand meer zou drinken blijft water gewoon bestaan.


Als niemand tijd zou beleven, zou er tijd blijven bestaan. Maar wat zou de zin van deze tijd zijn?
Van water en kun je zeggen dat je het gebruikt.
Van tijd niet, je kunt gebeurtenissen beïnvloeden, niet de tijd.
Als er weinig gebeurt binnen onze tijdsbeleving gaan ijsberen ijsberen.
Ook mensen en honden gaan ijsberen. We gaan gebeurtenissen creëren, ijsberen, fluiten, neuriën, tobben, alcohol en drugs gebruiken, hallucineren etc.
Zelfs een wereld zonder water is denkbaar, zonder water waren wij er niet, of we waren heel anders, maar de wereld zou er goed kunnen zijn.



Van tijd gaat dat moeilijker, je kunt even zonder water, zonder tijd ben je meteen “van de wereld”, je slaapt diep, bent knock out of dood, er zijn geen gebeurtenissen meer. Water gebruik je, het gebruik van water is een gebeurtenis in de tijd. De beleefde tijd echter ben je zelf.

Tijd be(leef) je, het heeft met leven zelf te maken.
Water is een object. Objecten kun je grijpen met je handen en analoog daaraan begrijpen met je hersenen. Je kunt er macht over uitoefenen. Tijd is geen object, je kunt het niet grijpen dan wel begrijpen, je kunt er geen macht over uitoefenen. 

Esscher

Voor levende wezen geldt dat ze zonder tijdsbeleving niet voor zichzelf bestaan, geen seconde.
De wereld als geheel be(leeft) geen tijd, maar zou zonder tijd niet (geen seconde) bestaan.
Voor ingewikkelde systemen geldt, al zijn ze nog zo ingewikkeld en intelligent, een eigen tijdsbeleving krijgen ze niet door hun intelligentie. Dat geldt voor bijvoorbeeld voor sterren, mierenhopen, samenlevingen, biologische systemen en computersystemen. Het super ingewikkelde systeem van de evolutie zelf beleeft ook geen tijd. Het creëert wel tijdsbeleving.



We moeten onze tijd goed gebruiken wordt gezegd, waarmee tijd gezien wordt als een gebruiksmiddel, omdat we tijd niet begrijpen behandelen we tijd als was het een object, net als bijvoorbeeld water. We willen macht over tijd uitoefenen, we willen de tijd (be)grijpen.
Objecten kunnen we bezitten, we hebben er macht over, tijd behandelen we ook als een object, iets dat je kunt bezitten“beidt uw tijd” en “duur uw uur”staat er op de beurs van Berlage in Amsterdam. We spreken over onze tijd, jouw tijd, zeeën van tijd, ik heb de tijd etc.etc.
Tijd wordt als kostbaar gezien en schaars en voortdurend in geld uitgedrukt. In feite is geld een soort taal waarin de waarde van beleefde tijd wordt uitgedrukt, waarmee tijd "geobjectiveerd" wordt. De tijd van de ene is daarbij aanzienlijk meer waard als die van de ander, zo wordt althans in die taal verondersteld. Geld wordt steeds meer een abstract begrip, helaas wordt daarmee deze door macht geperverteerde taal steeds “belangrijker”. De waarde van de tijd van een mensenleven is tegenwoordig helaas in geldswaarde uit te drukken, waarbij een Noord-Amerikaan/West-Europeaan meer “waard” blijkt dan een Afrikaan.

 



Toren van de Beurs van Berlage, opschrift ontleend uit een gedicht van Albert Verwey

Al maak je systemen dus nog zo intelligent de vraag is of je er ooit tijdsbeleving in kunt krijgen.
De vraag is, hoe is tijdsbeleving in levende organismen gekomen en waarom?
Tijd is geen brandstof, ook zonder tijdsbeleving kan een ingewikkeld systeem blijven voortbestaan, bijvoorbeeld met detectiemechanismen en dito adequate reactiemogelijkheden. Ingewikkelde systemen evolueren ook zonder tijdsbeleving, sterren, planten, samenlevingen, computersystemen en bijvoorbeeld auto’s, of vliegtuigen zijn in zekere zin aan een eigen evolutie onderhevig.
Een dergelijk systeem heeft bovendien als voordeel dat het zich nooit verveeld, gaat tobben, hallucineren etc. Waarom dan tijdsbeleving?


 
Misschien staat tijdsbeleving aan de basis van de biologische evolutie, is het een beginvoorwaarde. De ontwikkeling in de evolutie is misschien op gang gebracht omdat aanvankelijk zeer primitieve vormen van individuele tijdsbeleving zichzelf instant wilden houden. Dus dan heeft de evolutie niet zozeer tijdsbeleving doen ontstaan, maar is een bepaalde fase in de de evolutie ontstaan dankzij tijdsbeleving. 
Geen enkel organisme wil zijn individuele tijdsbeleving voorgoed verliezen, angst als evolutie-motor dus. Andere gecompliceerde systemen kennen dit niet, een mierenhoop, staatsinrichting, biotoop of computersysteem kent geen tijdsbeleving/doodsangst.



Je hebt dan dus het samenspel van materie, tijd, ruimte, krachten. Dit samenspel gaat zichzelf beleven in organismen en is de motor voor verdere ontwikkeling. De natuur is in principe dom, althans zo zou je het kunnen zien, er is geen doel buiten zichzelf. Maar uiteraard valt moeilijk vol te houden dat de natuur als geheel dommer (simpeler) is dan wat hij voortbrengt, onder andere wij dus. Wat dat betreft hebben pantheïsten een punt, als we onszelf als standaard nemen, is de natuur als geheel een intelligent systeem, in feite is evolutie met het aanvaarden en annihileren van mogelijkheden een vorm van denken, maar  het is geen tijdsbelevende systeem, beleven doen wij.

Nog steeds onbegrepen gebeurtenissen in de natuurkundige tijd hebben door biologische processen dus geleid tot beleefde tijd, de tijd als zodanig heeft zich als het ware opgesplitst in miljarden belevingseenheden.
Vraag blijft hoe het mogelijk is dat algemeen natuurkundige tijd individueel beleefde tijd wordt en hoe uniek dat proces is?

Hoeveel beleefde tijd is er in het heelal en is het onderscheid tussen beleefde tijd en natuurkundige tijd wel een juiste voorstelling van zaken?

Als je stelt dat de tijd opsplitst is in miljarden tijdsbelevingseenheden, behandel ja dan ook de tijd niet als iets wat je bezit? Is dit dus een juiste voorstelling van zaken?


Wordt vervolgd.

zondag 2 maart 2014

DE KEERZIJDEN VAN EEN MUNT



Hokjesdenken
Een ouder bericht dat ik indertijd ben vergeten te publiceren. Dus enigszins buiten het betoog vallend.

Begrijpen (grijpen), omvatten van begrippen is een machtsdaad.
Taal waarmee be(grippen) uitgedrukt worden is dus in feite een vorm van machtsuitoefening.
Bij begrippen als boom, steen, bloem is dat wat minder duidelijk.
Bij de begrippen mens wordt het al duidelijker, dier, je kunt je medeschepsels naar hartelust pijnigen vanwege de kwalificatie dier.
Nog duidelijker zijn termen als neger, jood, vrouw, moslim, christen, homo, ADHD, introvert, autist, randgroepjongere, crimineel etc.
Door iemand allereerst taalkundig in een hokje te plaatsen kun je macht op hem uitoefenen.
Wij kunnen de wereld alleen in taal zien, beladen met waarden die we er zelf aan opgelegd hebben, aldus Nietsche.

In feite bestaan deze kwalificaties slechts in onze geest, alles is immers aan verandering onderhevig, niets ligt vast. Aldus ook het Boeddhisme. (De eerste stap naar de verlichting heeft de blog al gezet in die zin dat hij nu weet dat je Boeddhisme met twee D's schrijft).
Begrippen, taal, ontnemen ons aldus dit denken het uitzicht op de wereld zoals hij werkelijk is. de wereld is door ons gecreëerd omdat we in taal en opgelegde denken.

Tegengesteld hieraan was het denken van Plato.
De Grieken na Heraclitus hielden niet zo van eeuwige verandering. Als alles veranderd en beweegt dan kun je het niet bestuderen, kun je er geen grip op hebben, en dat is net wat de Grieken wilden.
Mensen die de begrippen, de ideën niet kenden, waren de grotbewoners die alleen schaduwen zagen.
Ze zagen alleen de fenomenen, de afzonderlijke verschijnselen, ze konden deze niet duiden en waren aldus blind.
De ideeën hadden een hoger existentieniveau als de verschijnselen aldus Plato.
De "paardheid" stond op een hoger niveau dan een paard. Binnen de ideeën kon je opstijgen naar het hoogste idee.



De grot van Plato

Het hoogste idee was het goede of het schone, dat als de zon alle lagere ideeën vorm geeft maar degenen die ze het eerst aanschouwd ook verblind. Bij het Neoplatonisme, een paar eeuwen later, wordt het hoogste idee het Ene genoemd. Hoe hoger het idee hoe minder deelbaar. Het intelect denkt zichzelf, er is dualisme tussen denker en gedachte. Bij het ene, het hoogste prinipe is geen dualiteit. Uit het ene voert de geest voort, uit de geest de wereldziel en daaruit de rest. Geest staat veel hoger dan materie in deze leer.
Het Ene kan niet beschreven worden, men kan slechts zeggen wat het niet is. Hieruit komt later de negatieve theologie voort, men kan slechts beschrijven wat god niet is.
Analoog beweerde de Chinese filosofie over het Tao, "De essentie van Tao is dat het niet uitgedrukt kan worden. Als men denkt het wel te kunnen uitdrukken, dan is het niet Tao." Tao is immers vormloos en niet gebonden aan een vorm (Wikipedia), lijkt me geen toeval.


Taoisme

Het monotheïsme van het christendom stamt van het joodse monotheïsme maar ook via Augustinus uit het Neoplatonisme, de hoofdstroming binnen de filosofie van het laatromeinse rijk. Christendom is Neoplatonisme voor kinderen genoemd (door wie weet ik niet maar het is wel raak).

Dus eigenlijk heb je hier twee gedachtenstromingen te pakken, één die taal en alle begrippen verwerpt en de essentieloosheid van de wereld benadrukt en één die juist stelt dat begrippen, begrijpen, ideeën, essenties juist van een hogere orde zijn, een hogere waarheid in zich bergen.
Zo zelfs dat je vanuit deze begrippen een hoogste begrip kunt ontwaren, het ene, Tao, Brahman of wat dan ook.

Een stroming stelt dat alles voortkomt uit het ondefinieerbare begrip "niets".
De ander dat alles voortkomt uit het alleen negatief te definiëren "Ene, Tao etc."
Dus als je alles negatief zou definiëren, waarmee je tot in het oneindige door kunt gaan, dan is wat er overblijft etc.Je hebt hier de keerzijden van dezelfde munt te pakken.

zaterdag 8 februari 2014

VERVEELT DE TIJD ZICH?

De dingen verschijnen als vormen in de ruimte en als gebeurtenissen in de tijd.
Alle gebeurtenissen op één na zijn veranderingen van objecten, van materie in de tijd. Ook gedachten zijn uiteindelijk veranderende materie, elektronenstromen in de tijd.
Maar het verstrijken van de tijd zelf is ook een gebeurtenis, een gebeurtenis waarin alle gebeurtenissen besloten liggen. Alleen is het verstrijken van de tijd een gebeurtenis waar geen materie tegenover staat, het is de oer-gebeurtenis, de bron van alle gebeurtenissen.
Als er niets zou gebeuren verder, dan zou de tijd toch verstrijken.


Salvador Dali

 Toen de tijd begon, begon de rest ook. Als de tijd ophoudt houdt alles op. Het begin van de tijd is de eerste gebeurtenis, het einde van de tijd de laatste. Niemand weet of de tijd eeuwig is, wel denkt men dat hij een begin heeft gehad. Alle gebeurtenissen kosten delen van de tijd, het verstrijken van de tijd kost alle tijd.
 
Tijd, ruimte, beweging, krachten en materie hangen op bijna organische wijze samen.
Uiteindelijk zijn wij beleefde tijd, in ons beleeft de tijd zichzelf. Stel dat wij er niet waren, dan zou er nog steeds tijd zijn, echter door niemand beleeft.
Wij zijn als het ware beleefde tijd waaraan modules zijn gekoppeld die bepaalde gebeurtenissen mogelijk maken. Modules in de vorm van zintuigen en hersenfuncties.


Salvador Dali

Gezamenlijk creëren onze hersenfuncties een taal/denkweb. Dit taal/denkweb is niet uit zichzelf ontstaan maar is het resultaat van miljarden hersenen. Dit taal/denkweb op haar beurt heeft echter invloed op onze hersenontwikkeling, directe invloed, we moeten lezen, autorijden, computers bedienen etc. maar ook door evolutie. We hebben een aangeboren aanleg voor taal.
 
Gezamenlijk creëren we dus een bovenpersoonlijke taal/denkstructuur die de biologische structuur van onze hersenen weer beïnvloedt. Zo ontstond als het ware een vicieuze cirkel, een soort multiplier effect een opwaartse spiraal. Kunstmatige intelligentie is een produkt, een werktuig, mogelijk gemaakt door die opwaartse spiraal.


Escher.

Ook computers leren elkaar dingen, de multipliereffecten die aldus ontstaan  zullen echter nooit tot een beleven van eigen tijd komen. Tijdbeleving vanaf primitievere levensvormen heeft door evolutie onze ingewikkelde biologische modules gecreëerd, andersom kan niet, ingewikkelde modules kunnen geen tijd-beleven creëren, hoe ingewikkeld ze ook zijn. We kunnen er hoogstens ingewikkelde tijdmeetmechanismen in bouwen. Maar wij blijven het dan uiteindelijk die de tijd meten in ons tijdbeleven.
Kunstmatige intelligentie is heel goed mogelijk, misschien ook kunstmatige hyperintelligentie, kunstmatig bewustzijn niet. Het verstrijken van de tijd is een niet materieel gebonden gebeurtenis en dus niet in materie te creëren. 

De vraag is, hoe kan het dat de tijd zichzelf is gaan beleven? En wat is onbeleefde tijd? De meeste tijd is niet beleefde tijd, het leven bestaat pas relatief kort. 
In de beleefde tijd van primitieve levensvormen gebeurt maar weinig. Ze interpreteren niets, het voornaamste gebeuren is voedsel en paringsgebeuren.
 
Bij ons in feite nog steeds, we hebben nog steeds onze reptielenhersenen, alleen er is een enorme en complexe samenhangende wereld omheen gebouwd. Er is een enorme hersenschors bij gekomen. Er gebeuren miljarden dingen, de hele dag.
 
 
 


Reptielen van Escher
 
Toch is de basis het tijd beleven. In de tijdsbeleving van een primitief organisme gebeurt misschien maar één ding. Als dat ene ding ook niet gebeurt wat dan?

Beleeft de tijd zichzelf misschien? Streeft de tijd naar gebeurtenissen, structuren, is dat een ingebouwd mechanisme? We zien reeds evolutie in dode materie, van waterstof tot ingewikkelde organische moleculen. Aldus werkt de tijd als een creërende instantie. Tijd is een voorwaarde voor gebeurtenissen en die zullen naarmate de tijd langer duurt ingewikkelder worden, meer gaan samenhangen. Anders zou de tijd zelf zich misschien gaan vervelen. Waarschijnlijk wortelt ons bewustzijn in de tijd, maar hoe? Het antwoord hierop heeft de blog niet.

Als wij weinig beleven, bijvoorbeeld wakker liggen, dan gaan we ons vervelen. We voelen het verstrijken van de pure tijd zonder gebeurtenissen. De tijd vindt het blijkbaar niet leuk om an sich beleeft te worden. Isolatie in een prikkelarme omgeving kan tot krankzinnigheid leiden.
Een computer kan zich nooit vervelen, hij neemt geen tijd waar. 


Gedachten en taal zijn werktuigen. Iets gebruikt ze, er is een gedachte en een denker. Is die denker de eenheid tijdsbeleving? Denken wij tegen onze tijd aan?

Niet onze hersenen creëerden ons bewustzijn. Het was andersom, ons tijdsbewustzijn, vanaf zijn primitiefste vorm, creëerde onze hersenen. Door zichzelf in standhoudende opwaartse spiralen in de evolutie. In die zin dat de hersenfunctie voor een individu wel een voorwaarde is voor tijdsbeleving. Maar niemand weet precies hoe.
 
Wordt vervolgd.

vrijdag 31 januari 2014

WE DROMEN ONS


We nemen dus tijdbeleving als basis.
Voor tijdbeleving bestaat geen zintuig, het is er altijd, ongeacht gebeurtenissen of gedachten.
De computer kan steeds beter denken, maar beleeft geen tijd, hij is aan aan of uit, hij denkt niet in een eigen tijdruimte, wel denkt hij in onze tijdruimte.
In ieder geval hogere levende wezens nemen waar in een tijdruimte. Wij zijn als het ware eilandjes van tijdruimte die elkaar niet kunnen “beleven” maar die elkaar wel kunnen beïnvloeden en kunnen communiceren door taal. Ik kan niemand beleven, alleen mezelf, ik kan hoogstens “meeleven”. 
In deze tijdruimte nemen we waar. We nemen gebeurtenissen waar. Gebeurtenissen zijn veranderingen in objecten die we waarnemen.

Ook gedachten zijn gebeurtenissen maar ook objecten. Gedachten als object zijn elektronen. Als gebeurtenis zijn het stromende elektronen in onze hersenen.


 
Een waarneming op zelf is ook een gebeurtenis. Een object ontvouwd zich als het ware aan ons waarnemingsvermogen.

Picasso, huilende vrouw


De kubisten hebben dat zo ongeveer begrepen. Zij beseften dat een waarneming een proces in de tijd is. Door meerdere kanten van een object te schilderen, schilderden ze als het ware de waarneming.
Je hebt het absolute heden, waarin een object zich bevindt, een object kent geen tijd, het is (op zich). Dat kunnen we niet waarnemen omdat we dan ineens alle kanten en
eigenschappen van een object tegelijk zouden moeten kunnen waarnemen.
kubisten beelden, omdat ze meerdere kanten/aspecten van een object tegelijk afbeelden, een meer “heden” af dan wij met onze zintuigen kunnen waarnemen.
Een object krijgt door waarneming “vorm”. Het wordt een driehoek, vierkant, bol etc.. Door het waarnemen

van een combinatie van vormen in verleden en heden krijgt het structuur,  het wordt een auto, fiets, huis etc.. Het wordt in de taalstructuur opgenomen.

 
Het waarnemen van een structuur is een gebeurtenis, er gaat een geschiedenis aan vooraf. Als we een auto waarnemen draagt die waarneming een hele geschiedenis, alle auto’s die wij hebben waargenomen draagt deze waarneming als het ware in zich mee. Een mercedes met voetje in plaats van wielen wordt vanwege onze waarnemingsgeschiedenis onmiddellijk herkend als niet zijnde een auto.


Fiets?

Toch is die waarnemingsgeschiedenis voor geen enkel tijd eiland hetzelfde.
Het verhaal van al die waarnemingen, van die waarnemingsgeschiedenis, het individuele karakter daarvan binnen een tijdsbelevingseiland, verbonden door een meer of minder functionerend geheugen, noemen we de geest of persoonlijkheid. 

Waarnemingsgeschiedenis bepaalt wat je ziet

Een beeld is een object. Een beeldend kunstenaar/vormgever tracht vormen daarvan zo te combineren dat ze “iets” met het waarnemen van structuren en de waarnemingsgeschiedenis “doen”. We worden geroerd of ontroerd, het roert ons. Expressionisten bijvoorbeeld drukken als het ware hun eigen waarnemingsgeschiedenis uit, hun gevoelens.



Kandinsky Moskou I
 
Al die tijdsbelevingseilandjes worden verbonden door taal. Zo bezien zou je kunnen zeggen dat wij tijdsbelevingseilandjes zijn die drijven in een zee van taal, ik zou eerder zeggen die hangen in een web van taal. Zo bezien zijn wij dus tijdsbelevingseenheden in een taalweb.


Taal en denken zijn nauw met elkaar verweven. Nog beter zou het dus zijn om van een taal/denkweb te spreken. Dieren hebben een taal/denkweb, ons taal/denkweb is echter (schijnbaar) een eigen leven gaan leiden. Zodanig dat ook dieren in ons taal/denkweb zijn opgenomen, dat echter niet helemaal van dat van dieren onderscheiden kan worden. Een hond leeft gedeeltelijk ook in ons taal/denkweb, naast het hondse taal/denkweb waarin hondse zintuigen, bijvoorbeeld reuk, een veel belangrijkere rol spelen dan in het mens taal/denkweb. Iets dat wij ons niet voor kunnen stellen en waarover wij ons volkomen ten onrechte laatdunkend uitlaten. Een wereld zou voor ons opengaan als wij even als een hond, dan wel paard, vleermuis, walvis zouden kunnen waarnemen en, daaraan verbonden, denken. 


Donar (thor) met bokkenkar

Het (schijnbaar) eigen leven van ons taal/denkweb noemen we cultuur. Godsdienst, taal en denken zijn nauw aan elkaar verbonden, mythen zijn taalgebonden, godsdienst is een groepsgebeuren.
Het “samenvattend verhaal” van de gebeurtenissen binnen een tijdsbelevingseiland noemen we persoonlijkheid/geest.
Het samenvattend verhaal van het taal/denkweb noemen we God, goden of cultuur.
Eerst werden natuurverschijnselen vergoddelijkt, in feite werden de natuurverschijnselen niet vergoddelijkt, maar aan de waarneming daarvan werd goddelijke betekenis gehecht.
Bijvoorbeeld dieren, de zon, de maan, de sterren, moeder aarde. Ieder met een eigen verhaal/verpersoonlijking. Via de vergoddelijkte waarneming probeerde men invloed op de natuurverschijnselen te krijgen, magisch denken.


Later toen het taal/denkweb steeds wereld-omvattender werd, 5e eeuw voor christus werd het in grotere verhalen samengevat.
De afzonderlijke natuurverschijnselen werden causaal verklaard, de vergoddelijking van de waarneming van de afzonderlijke natuurverschijnselen werd toen verschoven naar de vergoddelijking van de ultieme eerste oorzaak, de bron, het Tao, het onnoembare.
Het monotheïsme was geboren. De vergoddelijking van afzonderlijke natuurverschijnselen werd aan heiligen/lagere goden verbonden. Ze werden aangeroepen voor steun bij onweer, hagel etc. Vooral het volk, dat minder kosmopolitisch leeft en denkt is hieraan gehecht. 


De heilige Donatus tegen onweer

Toch is de “beleving” van het taal/denkweb ook een gebeurtenis binnen het tijdsbelevingseiland dat we zijn, een belangrijke belevenis, naast en verbonden met bijvoorbeeld onze lichaamsbelevenis. Het verhaal van het taal/denkweb, God, goden, cultuur, is een onderdeel van het verhaal dat onze persoonlijkheid is.  Aldus is het verhaal dat onze persoonlijkheid is innig verbonden met het verhaal van het taal/denkweb, god of cultuur. De menselijke geest en God/cultuur maken als het ware deel uit van dezelfde “droom”. Als er iets mis is met die droom, dan is er iets mis met ons, ongeacht of we atheïst of religieus zijn. In een film heb ik ooit de uitspraak gehoord, “God droomt ons en wij dromen God”.

zondag 19 januari 2014

VERHALEN EN VORMEN


We zijn dus uiteindelijk tijdbelevers.
Tijdsbesef zonder gedachten en gebeurtenissen is de basis.
Niemand weet nog wat tijd is.
Een dimensie, maar je kunt net zo goed een krop sla zeggen, je hebt het probleem dan alleen maar verschoven.
Er is wel iets dat je over tijd kunt zeggen. Tijd is het medium van gebeurtenissen. Ruimte is het medium voor vormen.

Vader tijd, belichaming van de tijd

Gebeurtenissen verschijnen in tijd.
In de tijd die die wij beleven verschijnen gebeurtenissen in de vorm van waarnemingen, gedachten en handelingen. Vormen in de ruimte bewerken we, we proberen ze een doel te geven, we zijn “handig”.
We maken vuistbijlen, auto’s, gebouwen, stoelen, muziekinstrumenten etc. 

 

Zelfs heggen
 

Net als vormen proberen we ook gebeurtenissen vorm en samenhang te geven, dat doen we door verhalen. We streven ernaar aan gebeurtenissen net als aan objecten zin te geven.
We gieten gebeurtenissen in de “vorm” van een verhaal. Verhalen zijn vormen in de tijd.
Een muziekstuk is bijvoorbeeld ook een verhaal in de vorm van klanken.
De klanken zijn de gebeurtenissen, het muziekstuk het verhaal met de klanken. 

We streven naar samenhang

Alle gebeurtenissen binnen een bepaalde tijdsbelevingsbesef, waar dus niemand anders rechtstreeks bij kan (alleen indirect via taal), proberen we ook samen te vatten, ook een verhaal, een samenhang te geven, aldus ontstaat de persoonlijkheid het ik, de geest.
De gebeurtenissen van het lichaam dat wij waarnemen, we eten, drinken, zijn misselijk, hebben hoofdpijn, zijn verslaafd, hebben seks, voelen ons goed etc. etc. horen daarbij, evenals onze gedachten, waarnemingen van de buitenwereld, herinneringen en onze handelingen. Dit geheel wordt door de tijd heen bijeengehouden door het geheugen. Het (soms falende) geheugen bindt een serie gebeurtenissen die verspreid in de tijd plaatsvinden aaneen.


We beleven ons lichaam
 
Aldus is de “ik persoonlijkheid”, de menselijke geest, in essentie een gebeuren in de tijd, een verhaal en geen vorm of object. De mens/dier is een gebeuren.
De vorm van die ik persoonlijkheid in de ruimte is het lichaam, wij belichamen onszelf in de ruimte.
In onze maatschappij lijden we aan “gebeurenblindheid”, we zien alleen nog maar objecten.
We zoeken het “onze geest” op plaatsen waar we het nooit zullen vinden, in de ruimte als vorm, als object.
 
 
Een spook
 
De marketing leert ons product-denken, we gaan onszelf als een te poneren object, product zien. We zoeken de “ik” persoonlijkheid als een soort spook tussen de hersencellen en als we het spook niet vinden zeggen we (in de zienswijze van de mens als vorm) dat het niet bestaat.
De menselijke geest is echter geen bovennatuurlijk spook maar bestaat als gebeuren, als verhaal van het gebeuren binnen een omsloten tijdsbesef.


Hetzelfde geldt voor godsdienst. De god/de goden bestaat niet als rondwarend spook.
We willen bepaalde dingen belichaamd zien, gebeurens een tastbare en ruimtelijke dimensie geven. Leiders belichamen bepaalde gebeurens, bepaalde denkbeelden. Een koning belichaamd de staat, vandaar dat hij over zichzelf als wij spreekt.
Op dezelfde tijd ontstaan ook de goden. De belichaming van de liefde is bijvoorbeeld Venus, van wijsheid Athene, en van ongebreidelde natuurkrachten (zee en aardbevingen) Poseidon.
 
Athene
 
De Egyptenaren en Chinezen zagen hun farao/keizer niet toevallig als goddelijk. De farao was de zoon van Horus, later Ra de Chinese keizer had een goddelijke status als zoon des hemels, de koningen in Europa bezaten het goddelijk recht der koningen. De staat, een gebeuren in de geschiedenis werd belichaamd en vergoddelijkt. 



Alles wat als gebeuren de individuele mens overstijgt en wat ons overkomt, waar we geen macht over hebben wordt dus in verhalen/belichamingen gegoten, de god/goden/heiligen, aldus wordt er samenhang en zin aan gegeven.
Als object bestaan ze niet, als gebeuren weldegelijk, de meeste erediensten symboliseren ook een gebeuren.
De Goden worden door middel van een bepaald gebeuren, door riten, eerder nog dan door beelden opgeroepen/gerepresenteerd, bijvoorbeeld doop, dansen, communie, inwijding etc. gebeurens waarvan wij de symboliek meestal al lang vergeten zijn, althans niet meer aan kunnen voelen.


Tempel van Ramses II bij Abu Simbel
 
Als gebeuren bestaat God dus weldegelijk als je wilt, net als de menselijke geest, als je wilt. Je “geest” als belichaming van alle gebeurtenissen in je eigen, voor anderen ontoegankelijk, tijdsbesef, God als belichaming van de onbekende zin en samenhang van de wereld. Maar Geest en God zijn bedachte begrippen, ze bestaan niet buiten de menselijke “geest”. Je kunt er ook voor kiezen jezelf en de wereld als een onsamenhangende serie gebeurtenissen te zien.  Als je jezelf niet ziet als een zinvol samenhangend geheel van gebeurtenissen zul je de wereld ook als absurd beschouwen en andersom, in een wereld vol zinloze onsamenhangende gebeurtenissen kan ook geen samenhangend “ik” zijn omdat het deel van die wereld uitmaakt. Wat betreft menselijke geest en god zijn bestaan/niet bestaan niet altijd zinvolle begrippen, het is eerder een “laten” gebeuren of een liever niet laten gebeuren omdat het naief is overal doel en samenhang in te zien waar deze niet is. Als object, als spook, bestaat er noch een menselijke geest noch goden, hoe lang je ook zoekt. 

Sainte Chapelle Parijs
Object en verhaal
 
We hebben dus de neiging om gebeuren in de tijd “vorm” te geven in de vorm van verhalen.
Dingen in de tijd willen we als het ware ook ruimtelijk uitgedrukt zien maar ook andersom.
We geven  objecten ook een anekdotische, verhalende lading. Een schilderij vertelt vaak een verhaal, evenals bijvoorbeeld iconen, een foto of bepaalde objecten, een kruis, halve maan, davidster amuletten etc.. Maar ook museumstukken en gebouwen.


Taj Mahal, een gedicht in steen
 
Omdat we gebeurenblind zijn behandelen we mensen als objecten, we halen als het ware de mens uit zijn context. We geven ze geen kans, als ze “boventallig”zijn ontslaan we ze en in de zorg zijn het zorgeenheden. Als ze psychische problemen hebben stoppen we er vooral pillen in soms overigens terecht, maar we proberen als het ware vooral het object te verbouwen. Voor de mens als gebeuren en hoe de psychisch zieke mens tegen het gebeuren aankijkt hebben we geen oog (en tijd) meer.

zaterdag 11 januari 2014

WE HEBBEN DE TIJD

Te midden van een niet aflatende stroom gedachten stelt zich dus een ik, ingeval van een koning een wij. Wij ervaren onze gedachten als het werktuig, we denken hard na, denken goed of slecht of kunnen niet meer denken. Als we niet meer kunnen denken zijn we er nog wel, aldus zijn we dus niet de som van onze gedachten. De vraag waarvan onze gedachten het werktuig zijn is daarmee nog niet beantwoord.


Alles wegdenken

Een experiment kan daarbij helpen. Je kunt dingen bedenken maar ze ook wegdenken. Je ziet een flat in de verte, die kun je wegdenken. De zon kun je wegdenken, de maan, alles kun je wegdenken.
 
Wat blijft er over wat je niet weg kunt denken?
Tijd. Tijd kun je niet wegdenken, geen seconde, als er geen tijd is ben je niet meer bij bewustzijn. Als we bijvoorbeeld onder narcose zijn bestaat de tijd niet, maar ons bewustzijn ook niet.


Muziek en gedachten zijn niet in de ruimte, ze hebben geen ruimte nodig, ze zijn wel in de tijd. Ritmes en klanken zijn tijdintervallen, de essentie van muziek is niet geluid maar tijd, muziek speelt met onze tijdsbeleving/ziel.  


Marc Chagall
 
Wij zijn allemaal tijdbelevers, ook dieren, tijd is bewustzijn. Op de tijd van een meeuw bijvoorbeeld komt een meeuwenmodule, zijn tijd denkt als een meeuw dankzij meeuwenhersenen. Op de tijd van een olifant komt een olifantenmodule, op die van een mens een mensenmodule, intelligent of dom. Op de tijdsbeleving van bijvoorbeeld Spinoza kwam een Spinozamodule. De gedachten van Spinoza waren de  werktuigen van de Spinoza-tijdsbeleving.
Niemand weet wat tijd is, tijd is de tijd tussen gebeurtenissen, maar dat is geen antwoord.
Vertel me wat tijd is en ik vertel wie je bent. Tijd zijn we zelf.
 
 
Als je dronken of dement bent gaan de gebeurtenissen raar doen, volgordes veranderen, ze beklijven niet meer, maar de tijd blijft, niet de tijd, maar de gebeurtenissen raken verwrongen. Voor een demente van 90 leeft zijn/haar moeder bijvoorbeeld nog, dat is voor die mens op dat moment een vaststaand feit.
Kleuren nemen we met onze ogen waar, geluiden met onze oren. Tijd nemen we wel waar maar er is geen apart zintuig voor, we zijn het zelf, we nemen tijd met onze hele hersenen waar. Ook al zouden er geen gebeurtenissen zijn, dan zou er nog tijd zijn, anders zouden wij er niet zijn. Wel zou de tijd dan zijn zin verliezen.
Alle tijd die we waarnemen is verleden tijd, de tijd staat geen milliseconde stil. Het absolute heden, de kop van de tijd, is de dood, we storten dan als het ware in onszelf.
Volgens Boëthius 480-525 leeft God op de kop van de tijd, hij leeft in het absolute eeuwige heden, aldus lost Boëthius het probleem van de eigen wil/predestinatie van de mens op (wat toen al speelde). God is dus dood, dat had Nietzsche goed gezien (wel in een heel andere context) alleen is die kwalificatie in dit geval van geen enkel belang.

Op de kop van de tijd kan veroordeeld worden, in de tijd is alles causaal en kan in feite dus ook niet veroordeeld worden.
Wij nemen beslissingen in het heden, dan voelen we ons vrij, het verleden ligt achter ons. Achteraf kunnen onze beslissingen verklaard worden en blijkt dat we niet vrij waren.
Tijd verbind ons met elkaar en onze medeschepselen, ze nemen allemaal tijd waar.
Maar het scheidt hen ook, niemand kan jouw tijd beleven.
Het onderscheid ons ook van kunstmatige informatiesystemen.
Je kunt geen softwareprogramma bouwen dat tijd waarneemt. Een klok neemt geen tijd waar, wij nemen de tijd waar, wij meten de tijd met een klok. Als je de informatie uit een softwaresysteem haalt, haal je alles weg, er blijft geen tijdsbeleving over. Tijdsbeleving kunnen we ook niet programmeren omdat we simpelweg niet weten wat tijd is.  

Boëthius manuscript uit 1385
 
Als je dus alles wegdenkt blijft als meest essentiële tijdsbeleving over, dat is het eerste, de ziel (doel als je het in het Duits vertaald).
Dan komen er gebeurtenissen, gedachten en waarnemingen en rond die gebeurtenissen binnen die tijdsbeleving stelt zich een ik, dan wel een wij en bij Julius Caesar een hij. Eerst heb je tijd, dan identiteit. Tijdsbeleving en gebeurtenissen deden Napoleon Napoleon stellen, helaas Hitler om Hitler stellen, maar ook moeder Theresa om moeder Theresa.


De tijdsbeleving is dus persoonlijk, niemand kan jouw tijd beleven. Gedachten en waarnemingen zijn interpersoonlijk, dankzij taal. De unieke combinatie van gebeurtenissen en de eigenschappen van de module die deze gebeurtenissen verwerkt, de hersenen dus, maken iemands persoonlijkheid en geven waarnemingen een eigen karakter. Gebeurt er te weinig dan gaan we ons vervelen. Het is blijkbaar onaangenaam om de essentie van de tijdsbeleving waar te nemen. Wat dat betreft is verveling een interessante emotie. Het verlangen naar verlangens aldus Tolstoi in Anna Karenina. 

Tijdsbeleving is dus persoonlijk, maar tijd als zodanig waarschijnlijk niet. Alles wat we waarnemen is in de tijd. De tijd als zodanig heeft blijkbaar ook een begin gehad 14 miljard jaar terug. Het heelal heeft dus ook een eigen tijd.

Wordt vervolgd.