Translate

zaterdag 25 mei 2013

HET SPIEGELPALEIS


Als je alles weg reduceert, alle materie, dan blijven slechts electrische (hersen)pulsen over, veroorzaakt door potentiaalverschillen, dit geldt inclusief voor gedachten. Onze hersenen werken immers door middel van elektronische zenuwimpulsen.
Op meganiveau geldt iets soortgelijks, stervorming vindt plaats onder invloed van zwaartekracht etc.
Op microniveau zie je chaos, de hele natuur zit vol elektronische pulsen. Op Planckschaal gebeuren er zelfs vreemde dingen met ruimte, zie vorige blogs.
Op grotere schaal zie je, mensen, dieren, de chaos vormt de ons bekende structuren. Je kunt de dingen (be)vatten.
 

Schilderij van Lincoln van Dali, je ziet meer als je uitzoomt
 
In feite zie je meer omdat je minder ziet. De afzonderlijke microdeeltjes kun je niet meer waarnemen maar je ziet wel de grote structuren die ze vormen.
Vergelijk het met vliegtuigen die door archeologen worden gebruikt. De afzonderlijke grassprietjes en polletjes zijn niet lager zichtbaar, wel de grote landschapsstructuren waardoor je de ligging van oude en verdwenen nederzettingen, kastelen, tempels of graven op kunt sporen.


 
Zoom je nog verder uit dan neem je waar dat de aarde een bol is.
Op megaschaal zie je opnieuw relatieve chaos. Sterren en sterrenstelsels zijn redelijk chaotisch verspreid.

De vraag is of er, als we een blikveld op nog grotere schaal zouden hebben, we dan niet opnieuw structuren zouden waarnemen waarvan we nu (nog) geen idee hebben. Het zichtbare heelal is waarschijnlijk maar een klein deel, misschien 4% van het hele heelal. Als we voorbij die waarnemingshorizon zouden kunnen waarnemen dan zouden we wellicht verbazingwekkende ontdekkingen doen. Misschien maken wij deel uit van een structuur waar we geen vermoeden van hebben.



Zelfs de waarneembare wereld (be)vatten we maar gedeeltelijk. Tot op zekere hoogte kunnen wij zaken met elkaar combineren verbinden om de juiste conclusies uit onze waarnemingen te trekken.


Ingewikkelde structuur, Shri Minakshi tempel in Madurai, India
 
De mens is een ingewikkelde structuur, resultaat van ca 14 miljard jaar evolutie in het heelal en op aarde. De mens mag dan nietig zijn, hoewel dat ook maar relatief is en een kwestie is van op welke schaal je de zaken bekijkt, het is wel een ingewikkelde structuur. De mens is misschien wel groot in zijn ingewikkeldheid als structuur. Maar zoals eerder gezegd, misschien dat er nog veel gecompliceerdere structuren bestaan waar wij geen idee van hebben. Dit zou in de vorm van intelligenter leven kunnen zijn of misschien in een andere, nog onbekende vorm, die wij dan misschien niet eens zouden begrijpen.



Vergelijk het met muziek, soms grijpt muziek je meteen maar soms is het dat hoe gecompliceerder de melodie is hoe langer het duurt voor dat je hem kunt waarderen. Bijvoorbeeld Chinese muziek, met ingewikkelde toonladders wordt niet algemeen begrepen door mensen die er niet mee opgegroeid zijn.
Onze persoonlijkheid als mens bestaat op microniveau dus simpelweg niet, daar bestaan alleen maar potentiaalverschillen. Onze gedachten zijn immers te reduceren tot elektrische pulsen. Personen, dieren, planten en andere elektrische ontladingen zijn op dit niveau niet van elkaar te onderscheiden. Hoogstens zijn zij als opeenhopingen van potentiaalverschillen waarneembaar. Pas bij uitzoomen vormt zich de wereld zoals wij die kennen.
 
Wij mensen spiegelen als het ware de wereld. De wereld vormt een beeld in ons, via onze zintuigen door onze hersenen. Toch kunnen we niet weten in wat voor spiegel we kijken. Misschien is het menselijk beeld van de wereld wel een lachspiegel.



Gedeeltelijk zijn wij dit beeld van de wereld zelf. Wij zijn wat we waarnemen en hoe we dat omzetten in een beeld. Hoe we daar op reageren is weer afhankelijk van dat beeld. Onze persoon als zodanig kunnen we uiteindelijk niet waarnemen, zoals een spiegel ook zichzelf niet kan spiegelen.

Spiegelpaleis
 
Alleen in het beeld dat we van alles hebben proberen we ook een beeld van onszelf te vormen. Anderen kunnen ons niet beleven, maar hebben ook een beeld van ons. Dat weten we, dus hebben we een beeld van het beeld dat een ander van ons heeft. We dwalen als het ware dus voortdurend rond in een soort spiegelpaleis, uiteindelijk dus veroorzaakt door micro potentiaalverschillen.
Onze grootste angst is dat de stroom uitvalt, dat we dood gaan.
Vandaar ook dat we vragen stellen over een leven na de dood. De vraagstelling daaromtrent klopt echter niet. Je kunt net zo goed naar het einde van een cirkel vragen. De vraag is niet wat is er na de dood, maar wat is er naast de dood. De stroom valt nooit uit, alleen de opeenhopingen van potentiaalverschillen veranderen.

Meer in een volgende blog.

zondag 5 mei 2013

VERSCHIL

Is ons afgescheiden zijn van de wereld alleen gezichtsbedrog, of is het de essentie van het bestaan. Openbaart de wereld zich in ons, of is het alleen maar een beeld van de wereld die zich in ons openbaart, de hoofddroom als het ware maar niettemin een droom.



Door hoogteverschil (zie verder)

Kijken we naar wie we zijn, dan kunnen we zeggen onze hersenen, maar doorgeredeneerd kunnen we zeggen kunnen we zeggen dat we een elektronische structuur zijn. Onze hersen faciliteren als het ware, door middel van chemie, deze elektronische structuur. Hapert de chemisch faciliterende structuur, dan hapert de elektronische structuur. Via de elektronische structuur, kan echter de chemische structuur modificeren, sommige taxi chauffeurs hebben aantoonbaar grotere hersengebieden in dat deel dat de ruimtelijke oriëntatie reguleert, bovendien kan men bij beschadiging door oefening wijzigingen in het functioneren van de hersenen aanbrengen.



Als je ons lichaam wegdenkt dan zijn we dus onze hersenen. Als je de chemisch faciliterende massa, de grijze massa, wegdenkt dan blijft een elektronische structuur over. Een tijdelijke steeds veranderende elektronische structuur, met bepaalde vaste kenmerken echter, onze persoonlijkheid. Een structuur die de neiging heeft bepaalde processen steeds weer te herhalen.


Reduceren we verder. Wat ligt aan de basis van elektriciteit? Potentiaalverschil, verschil in lading. Uiteindelijk zijn we een ingewikkelde structuur van miljarden potentiaalverschillen. Normaal krijg je een ontlading, waardoor het potentiaalverschil wordt opgeheven. In het menselijk lichaam en de gehele natuur blijven overal potentiaalverschillen ontstaan. Wat voor elektriciteit geldt, geldt in feite ook voor zwaartekracht. Genoeg natuurkunde; wat echter wel als rode draad door de natuur loopt is het begrip verschil. Aan de hand van de subtiele temperatuurverdeling van achtergrondstraling heeft men kaarten van het heelal kort na de oerknal gemaakt. Subtiele verschillen in de verdeling van materie en dus zwaartekracht heeft toen geleid tot stervorming etc. Anders was het heelal blijven steken in een soort neutrale oersoep van deeltjes. Juist ongelijke verdeling, verschil zette een dynamisch proces in gang, een proces dat in feite in de afzonderlijke mens voortleeft. Verschil bepaalt de gehele natuur inclusief de mens en in feite verbindt het ons met de natuur. Dezelfde fysische verschillen die ons bepalen zijn zowel binnen ons als buiten ons werkzaam.
 
 
 
Foto van de kosmische achtergrondstraling
 
Onze structuur genereerd echter bewustzijn. Hoewel hier misschien wel iets op af te dingen valt, als we twee precies dezelfde structuren als zijnde een bepaald mens, dan vraag ik me af of deze mens wat betreft bewustzijn ook op twee plaatsen is. Maar goed, buiten dat.

Datgene dat onze structuur genereerd, bewustzijn, beschouwen we als het hoogste dat de natuur heeft voortgebracht. We redeneren terug en komen dan tot de ontdekking dat het ook nog eens toevallig is dat er bewustzijn is gegenereerd.
De natuur, datgene waar we vandaan komen moet evenveel waard zijn dus daaraan schrijven we ook bewustzijn toe. We verzinnen goden die deze natuur dragen en schrijven hen bewustzijn toe.
Welke fout maken we nu?



We redeneren terug. Als de omstandigheden anders waren geweest dan was er iets anders dan bewustzijn ontstaan en dan zou dat weer heel toevallig zijn.
Uiteraard is bewustzijn ontstaan dankzij een enorm ingewikkeld proces. Maar is het niet denkbaar dat onder andere omstandigheden die elders heersen gelijk ingewikkelde en hoogwaardige processen plaatsvinden, misschien nog wel hoogwaardigere en nog veel ingewikkeldere, die iets anders dan bewustzijn genereren. Iets waarvan wij ons geen voorstelling kunnen maken en dat we zelfs onze goden niet toe kunnen schrijven omdat we niet in staat zijn het te begrijpen.

Dit lijkt misschien zweverig, en dat is het ook, het is puur speculatie maar de blog mag dat.
Vergeet echter niet dat de reukzin van een hond bijvoorbeeld rond de één miljoen maal sterker is dan die van een mens. Als we een kort moment zouden ruiken als een hond dan zou er een hele nieuwe wereld voor ons opengaan. Onze kijk (reuk) op de wereld zou totaal veranderen.


Brave hond
 

Is het mogelijk dat elders structuren zijn ontstaan waarvan de cognitieve vermogens een miljoen maal sterker zijn dan de onze (misschien kunstmatig maar misschien ook wel biologisch). Iets dat wij ons helemaal niet voor kunnen stellen. We zouden het misschien ook helemaal niet begrijpen dan wel herkennen.

Om bij de hond te blijven, hij leeft in onze wereld, hij is ruimtehond geweest, rijdt in onze auto’s mee etc maar snapt er totaal niets van. Hij kan de wereld alleen maar op zijn honds zien. Een ruimtehond vindt dat hij flink gepest wordt maar het begrip aarde, heelal etc. ontgaat hem totaal.


 
Ruimtehond

Net zoals de hond de wereld alleen maar “honds” kan zien, kunnen wij hem alleen maar “mens” zien.
Vroeger plaatste men de aarde in het middelpunt, daarna de zon, nu het menselijk denkvermogen.
Dat zou het uiteindelijke doel van de evolutie zijn. Met de mens zou de natuur zijn ogen opslaan. Klopt dat echter wel, misschien bevinden we ons nog wel in een soort baby fase of op een zijpad?

Allemaal speculatie, maar als leidraad kan men wel nemen, datgene dat ons heeft voortgebracht is zeker niet minder gecompliceerd dan wijzelf en bovendien niet afgescheiden van ons. Op het beeld van de eenzame mens in een dom heelal valt volgens mij veel af te dingen.

Daarmee is echter de hierboven gestelde vraag nog niet beantwoord.

vrijdag 29 maart 2013

HET GROTE GEHEEL EN SAMENVALLEN


Wij zijn dus eigenlijk een verzameling organismen, onder meer cellen, die bewustzijn hebben ontwikkeld als manier om een samenwerkingsstructuur die voor ieder afzonderlijk voordelig is in stand te houden. Angst, verdriet, blijdschap staan in dienst van deze samenwerkingsstructuur. Voor deze samenwerkingsstructuur bestaat een blauwdruk, namelijk in de genen.



Wat dat betreft bestaan de ideeën van Plato voor levende structuren in zekere mate weldegelijk (al wordt deze term hier fout gebruikt), als code in de genen. Er bestaat een genoom voor paarden, mensen, fruitvliegjes etc..Storingen in het bewustzijn kunnen tot ontbinding van de samenwerkingsstructuur leiden, de dood.

In het verlengde van het lichaam wordt door bepaalde politieke stromingen de staat ook als een organisme gezien, een samenwerkingsverband tussen mensen verpersoonlijkt in het bewustzijn van een dictator of partij.
Tekenend is de weerzinwekkende gewoonte om leiders na hun dood te balsemen, bijvoorbeeld Lenin. Er werd blijkbaar verband gezien tussen ontbinding van de staat en ontbinding van het menselijk lichaam (van de voormalige leider). Het lichaam van de voormalige leider, waarin de staat die hij bedoelde werd “belichaamd” mag niet tot ontbinding overgaan.


De evolutie heeft het samenwerkingsverband mens een zodanig bewustzijn gegeven dat het niet buiten dit samenwerkingsverband kan denken. Vandaar dat we niet over onze eigen ontbinding heen kunnen denken. We zijn als computers die absoluut niet uitgezet willen worden. Toch is onze structuur onderdeel van een reeks structuren, uiteindelijk van een enorme wereldomvattende structuur waarin alles met elkaar samenhangt, het heelal of de natuur. In supernova’s begint reeds de scheikunde die later tot leven leidt etc.


Ons gevoel daarvoor wordt ons uit overwegingen van voortbestaan ontnomen. Deze ideeën lijken op die van Hegel met zijn wereldgeest of de stoïcijnen die in de logos als de levenskracht van het universum geloofden, ook in de mens werkbaar. Werkelijke kennis maar zeker gevoel hierover wordt afgeschermd, een stoïcijns hert bijvoorbeeld overleeft niet tegen roofdieren. Paniek en ontreddering is een voorwaarde voor instandhouding.Het is dan ook bijna onmogelijk om in een soort wijze en goede logos te geloven, denk aan ziekten, moord en doodslag die onschuldigen treffen. Zeker de 20e eeuw heeft veel optimisme de bodem ingeslagen.


Käthe Kollwitz

Er zijn dan ook stromingen die het afgescheiden zijn van het grote geheel, het andere dat niet met de natuur, anderen en uiteindelijk niet met zichzelf samenvalt, dat ons steeds naar buiten werpt, als het grote geheim zien.
Hierin is dan de mens voor zichzelf een onkenbaar “ding an sich”.
Als zodanig is hij dan vrij omdat hij als het onkenbare buiten de categorIën oorzaak/gevolg valt omdat deze bij het kennen horen.
Hij kan na alle rampen ook de rampen die hij zelf veroorzaakt heeft afstand van alles nemen, hij valt niet met deze omstandigheden en zelfs niet met zichzelf samen. Hij kan dan evenals Kurtz in Heart of Darkness van Joseph Conrad nog het oordeel over alles inclusief zichzelf “the horror, the horror”uitbrengen. Hij kan oordelen, kan zich boven de omstandigheden en zichzelf verheffen, is een kracht op zichzelf, “bestaat”. Een Faustiaanse goddelijke vergeving, uiteindelijk. 


Faust

Is er een manier om beide visies, de ene die de verbondenheid van het individu met het grote geheel zoekt en de andere, die juist het ultieme in het afgescheiden zijn, in het “andere” ziet, met elkaar in overeenstemming te brengen?

 

vrijdag 15 maart 2013

GEZICHTSBEDROG?


Materie ordent zich dus tot structuren, uiteindelijk tot leven ,dieren, mensen en andere zaken die wij (nog) niet kennen.



Er is echter één structuur waarvan alle andere structuren afhankelijk zijn, als die structuur wegvalt vallen alle andere structuren weg, als die structuur niet zou bestaan dan zou er geen enkele structuur bestaan. Alle structuren wonen als het ware in die ene structuur, die we aanduiden als “ik”.
Deze ik telt slechts enkele decennia, daarvoor was er niets, na het ontbinden van deze structuur over enkele decenia is er wederom niets. 



Plotseling flakkert  deze structuur op, ervaart miljoenen andere structuren (mensen, dieren, dingen, verhalen met andere woorden de wereld) en dooft weer uit waarbij alles verdwijnt. Als de structuur die wij zijn dus verdwijnt, dan verdwijnen alle structuren, deze worden dan niet meer waargenomen. Wel door andere structuren zullen sommigen zeggen, maar dat klopt niet, ik neem niet waar via andere structuren, ik ben de enige die waarneemt, als ik bewusteloos ben verdwijnt alles.

Eigenlijk is dit vreemd, alle structuren zitten dus in één structuur opgesloten. Die andere structuren onderhouden de hoofdstructuur, voedsel, mensen, maar zijn de hoofdstructuur vaak vijandig gezind, in de vorm van mensen, ziekten en voorwerpen die de hoofdstructuur kunnen ontbinden (die ons om zeep kunnen helpen).



Vreemd genoeg krijgt de hoofdstructuur door dat zijn ontbinding een nogal onbelangrijk gebeuren is voor de overige structuren die hij ervaart. Vóór ons bestond de wereld al miljarden jaren en na ons zal de wereld nog miljarden jaren blijven bestaan. Maar wat hebben die miljarden jaren voor nut als ze niet worden waargenomen, bestaan ze dan wel.
Een eeuwigheid wordt er niets waargenomen, enkele decennia lang worden (beelden van) miljarden jaren waargenomen, daarna weer niets meer.

Het lijkt er op dat ons bewustzijn het resultaat is van miljarden jaren bewusteloosheid, gemiddeld 70 tot 80 jaar duurt, waarna weer bewusteloosheid voor de eeuwigheid volgt. We blijken ons op een bol met gasschil te bevinden, twee benen en een hoofd te hebben, buiten ons lichaam en de aarde openbaren zich miljarden andere structuren om weer te verdwijnen.


Jeroen Bosch

Dit wakker worden, dit de ogen opslaan door de natuur in ons wordt door sommigen als een “wonder” en iets “moois” gezien. Ikzelf heb zo mijn bedenkingen, veel is lelijk en vijandig en alles is gedoemd te verdwijnen, alles wordt ons uiteindelijk afgenomen, waarvoor dient dan alles.

We moeten elkaar dan maar helpen etc. zeggen veel anderen, maar wat heeft dat voor zin? De lamme helpt de blinde en ook alles wat je helpt verdwijnt, samen met dankbaarheid, dan wel het door jou veroorzaakte geluk. Bijvoorbeeld iemand het leven redden is alleen maar uitstel van executie.
Een trieste denk impasse, een horror vacui ontvouwt zich hier voor ons, is er een uitweg?
Religies doen een poging en poneren vaak hun stellingen zonder meer. Alles beter dan deze denkimpasse, je moet maar geloven, bewijs is niet belangrijk, dogma’s ontstaan.



Wetenschap en filosofie falen, de taal breekt.
Kunst drukt onze wanhoop uit en beweegt zich op de rand van een doorgronding van deze horror vacui, soms in combinatie met religie.



Het meest voor de hand liggende waarmee we ons kunnen troosten is het idee dat de ik structuur waarin alle andere structuren opgesloten liggen gezichtsbedrog is.  De evolutie moest ons dit gezichtsbedrog wel geven om ons als individuele structuur bijeen te houden. Doodsangst is immers een door de evolutie ontwikkeld mechanisme om ons in stand te houden. Als  organismen een soort structuur overschrijdend bewustzijn  zouden hebben, dan zouden ze niet lang in stand blijven. Zoals we gezien hebben zijn wij als een soort zwerm samenwerkende organismen. Een zwerm die het opperste belang van het als zwerm bijeen blijven niet in zou zien zou zich snel ontbinden. In feite zijn wij als mens dus bewustzijn-genererende zwermen van organismen.  Alleen al het waarnemen van ontbinding van deze zwermen vinden we gruwelijk.



Als een mierenhoop uiteen valt, dan valt ook de afzonderlijke mier uiteen, die op zijn beurt weer uit verschillende organismen bestaat. De mierenhoop heeft een ingebouwd mechanisme om bijeen te blijven. Dit mechanisme hebben wij ook in de vorm van doodsangst.
Uiteindelijk echter vertroebelt dit mechanisme echter onze blik op het geheel.
De natuur, de evolutie zorgt ervoor dat we niet wijzer worden dan goed voor ons is.
In die zin zou ons bewustzijn een perceptie- beperkend en zwerm bijeenhoudend mechanisme zijn. Bewijs hiervoor heb ik uiteraard niet.

 

 

 

donderdag 28 februari 2013

ONDERDEEL VAN EEN GEHEEL




In feite bestaan er maar drie dingen, materie, krachten en structuren.
Wat materie is weet niemand. Een atoom is nog een (voornamelijk lege) structuur, subatomaire deeltjes ook, waar dat eindigt weet niemand. Volgens sommige inzichten komen we uiteindelijk bij superstrings, maar waar die dan uit bestaan? Iets als geest buiten materie bestaat niet.
Muziek is bijvoorbeeld  in feite trilling van luchtmoleculen, op kleine schaal puur natuurkundig te verklaren gedrag van materie. Muziek krijgt waarde door haar structuur en de wisselwerking met onze hersenen, dan openbaart zich de geest van de muziek (van de componist).



Wat voor muziek geldt, geldt in feite ook voor mensen. Op microniveau vinden er puur fysische processen plaats. De mens zelf, zijn “geest” verschijnt pas op grote schaal door de structuur van deze fysieke processen in wisselwerking met andere soortgelijke processen, andere levende wezens en dingen. Wat wij dus geest noemen is een structuur, in samenhang met andere structuren die nu bestaan, maar ook met die in het verleden hebben bestaan.


Hersencellen

De bewering dat wij onze hersenen zijn is veel te simpel.
Er zijn schattingen dat er in het totaal 70 tot 100 miljard mensen hebben geleefd. Al deze mensen hebben ieder 100 miljard hersencellen.
De mensheid zelf heeft weer honderden miljarden voorouders. Op microniveau zouden wij ons kunnen beschouwen als het resultaat van één onvoorstelbaar veelzijdige structuur, honderden, miljoenen jaren bestaand, waarbij via DNA-ketens, ongeacht tijd en ruimte, sub-structuren bleven voortbestaan, organismen, die wij zelf zijn en waar wij uit voortkomen. 

Zuideraap

Daarnaast hebben 100 miljard mensen gedurende tenminste 150.000 jaar enorm ingewikkelde culturele- en taalstructuren doen ontstaan waardoor onze geevolueerde hersenen als het ware geprogrammeerd worden.
Ieder mens is dus het resultaat van- en leeft in deze enorm ingewikkelde evolutionaire- culturele structuur. Toch ervaart ieder mens afzonderlijk zichzelf als een autonoom wezen, afgescheiden van de ander. 

Rorschach vlek

Wij mensen hebben een hekel aan chaos. Als we bijvoorbeeld een inktvlek of wolk zien, dan willen we er al snel gezichten  of vlinders in zien.
We structureren van nature.
Hetzelfde doet de natuur . Combineer koolstof, water, de natuurwetten enige andere stoffen en tijd en je krijgt miljoenen levensvormen. De bouwstenen en wetten zijn simpel, de resultaten zijn verbijsterend. De evolutie van materie begon al in de sterren, supernova’s bijvoorbeeld creëerde elementen.
Het lijkt alsof het structurerend principe van de natuur, ook in onze hersenen aanwezig is (die hersenen zijn dus ook zelf het resultaat van een structurerende natuur).
Het lijkt alsof dezelfde logica zowel in de natuur als in onze hersenen aanwezig is.
De natuur kent  bijvoorbeeld vogelsoorten, zoogdieren of boomsoorten, wij creëren vliegtuigtypen,  automerken, computers etc. compleet met evolutie-achtige trekjes. Men spreekt zelfs van nieuwe generaties computers etc. 


labels

Wij nemen de wereld waar, labelen hem, spiegelen en herscheppen hem in onze eigen hersenen.
Het lijkt er op of de wereld en wij elkaar creëren.
De wereld creëert ons en wij creëren de wereld, een soort vreemde wisselwerking.
De natuur heeft ons naar zijn beeld geschapen. De mens is een droom van de wereld en de wereld  is een droom van de mens.
Eén mens creëert voor zichzelf een beeld van de mensheid, de mensheid creëert de afzonderlijke mens; zijn cultuur, gewoonten, denkbeelden en vaardigheden. Onze sociaal culturele omgeving is immers bepalend voor ons beleven, ons zijn; andersom ondergaan, becommentariëren en veranderen wij onze sociaal culturele wereld.
Wij ervaren niet alleen onze omgeving (inclusief onze hersenen), wij zijn ook onze omgeving, al lijkt het alsof wijn daar los van staan. Een niet te beantwoorden vraag is, waar eindigt onze omgeving en waar beginnen wij. Het antwoord is nergens, er is geen grens ik/wereld. Wij zijn als het ware een functie van de wereld.
Zeker op microniveau, puur fysisch gezien vervaagt het onderscheid tussen de wereld en wij als organisme. We worden door miljarden autonome bacteriën bevolkt, meer nog als door ons DNA gestructureerde cellen, we lijken eerder op een uit pragmatische overwegingen gemotiveerde samenklontering van organismen dan op één samenhangend organisme. In feite zijn we een “type”samenklontering. Als het ware als een soort mierenhoop of vissenschool, die overigens ook merkwaardig gecoördineerde beslissingen kunnen nemen.
Termietenheuvel

Geest, de menselijke geest etc. zullen we dus vooral in de structuren moeten zoeken.
Hetzelfde geldt, op een ander niveau voor de taal en cultuur waarin we ingebed zijn en die in feite in ons denkt.
Wij leven in de wereld maar de wereld leeft ook in ons en een scheiding is moeilijk vast te stellen.
Uiteraard kan de wereld zich tegen ons keren, de meest verschrikkelijke dingen kunnen gebeuren. De wereld is in principe onverschillig tegenover ons. Maar ook keert de mens zich tegen zichzelf. Depressies, suïcide en vormen van krankzinnigheid zijn daar voorbeelden van.



Het bestaan van spiegelneuronen en verschijnselen als massahysterie waardoor complete landen worden getroffen, denk aan Noord-Korea, hoezeer wij onderdeel zijn van een sociaal-cultureel en biologisch-fysiologisch geheel.





zaterdag 19 januari 2013

WAAR DRIJVEN WE IN?


Een speculatieve blog deze keer.
Indirect over wat we nooit zullen kunnen zien.
 


Vlakland 
 
Stel je hebt een plastic bal met een doorsnee van ongeveer tien meter waarop vlaklanders, wezens die maar 2 dimensies kennen leven.
Op een goede dag vragen ze zich af of hun bal eindig is. Ze gaan over hun  bal reizen maar komen uiteraard nooit bij het einde, ze blijven als vlaklanders immers tot in het oneindige rondjes draaien over het oppervlak.

Vlaklanders op een kerstbal


Op een dag maken deze vlaklanders contact met ons.
Wat zou je die vlaklanders vertellen als ze zouden vragen of hun bal eindig is en hoe ver weg  dat einde zich dan wel bevindt?
Je zou ze vertellen dat dat ze maar op een heel klein balletje leven, vergeleken met de rest van de wereld en dat het einde overal, beneden en boven het oppervlak van de bal aanwezig is.
Daarvoor moeten ze echter buiten het plastic treden waarover ze zich bewegen.
Daar snappen ze echter niets van, ze zijn zelf van plastic en kunnen zich geen wereld buiten hun plastic voorstellen.
 
 
 
Hetzelfde hebben wij met ruimte.
Wij kunnen ons geen wereld zonder ruimte indenken, wij maken er deel van uit. We vragen ons af of ons heelal eindig is en kijken ver weg in de ruimte, je hebt een zichtbaar heelal en voorbij de waarnemingshorizon is het heelal nog veel groter misschien wel een factor honderd keer zo groot. Bovendien zien we het steeds meer uitdijen.
Misschien zouden we, net als de vlaklanders op de bol, ook wel rondgejaagd zouden worden, op een nog onbekende manier als we voorbij de waarnemingshorizon konden kijken. De vlaklanders zelf weten bovendien niet eens dat ze op een bol  leven, het begrip bol is immers driedimensionaal, het zegt ze niets. Misschien dat wij zelf ook deel uitmaken van een "vorm"die wij niet kunnen bevatten.


Zoekende vlaklanders

 
 
In het heelal heerst de wiskunde en logica. De stelling van Pythagoras gaat altijd op en iets kan maar op één plaats tegelijk zijn.
In de subatomaire wereld, als we de Plancklengte bereiken, gaat de logica en de wiskunde echter haperen. De chaos neemt toe.
Met telescopen kijken we in de verte in de ruimte, alles blijft functioneren zoals we gewend zijn.
Met deeltjesversnellers kijken we naar het allerkleinste. Het zijn eigenlijk een soort super microscopen. Al is kijken niet het goede woord.
We bestuderen steeds kleinere eenheden, steeds kleinere ruimten. We schakelen het aspect ruimte steeds meer uit. 


Onderdeel van deeltjesversneller Cern

Is het misschien zo dat het einde van het heelal niet in de ruimte ligt maar in het extreem kleine waardoor je de ruimte als het ware uitschakelt, nihil maakt.
Hetzelfde dus wat geldt voor die vlaklanders, het einde van hun bal bevindt zich overal, geldt ook voor ons, het einde  zie je als je ruimte nihileert. Het einde is voorbij  het allerkleinste en dat is overal. Misschien dat daarom de wetten van de logica al vrij snel gaan haperen in de subatomaire wereld.



Als je even ver naar het allerkleinste kijkt als je ver weg kijkt, bijvoorbeeld zover dat een proton de afmeting heeft van een melkwegstelsel ten opzichte van het gebied dat je bestudeert, misschien nog ver voorbij de Plancklengte (deeltjesversnellers kunnen dat nog lang niet), dan kom je misschien wel aan het einde van ruimte.
Net als de vlaklanders buiten hun plastic zouden treden, treed je dan buiten de ruimte.



Sub atomaire deeltjes

Misschien dat dan blijkt dat de wereld, de kleinste manifestatie van materie, als het ware in een soort ruimteloos, wiskundeloos en tijdloos en daarom voor ons onvoorstelbaar en chaotisch geheel drijft. “Als het ware drijft”, want drijven is hier niet het goede woord, een ruimteloos geheel dat overal is.
Onze hersenen kunnen zich daar geen voorstelling van maken, ze kunnen niet buiten tijd, ruimte en wiskunde denken, net als de genoemde vlaklanders niet buiten plastic, omdat ze tot dezelfde substantie behoren.


Dali

Misschien dat bij een zwart gat materie buiten de ruimte treedt, het heelal is als singulariteit begonnen, dus buiten de ruimte. Als er maar één ding in de wereld zou zijn, zou er ook geen ruimte zijn. Bijvoorbeeld afstand zou een zinloos begrip zijn. Pas bij twee heb je ruimte, bijvoorbeeld afstand en beweging.
Bij het méér worden van de dingen is het heelal, de wiskunde en de fysica begonnen.
Tijd dijt steeds verder uit, er komt elke dag verleden bij, de tijd zal nooit inkrimpen.
Misschien dat iets soortgelijks voor ruimte geldt.



Een inherente eigenschap van ruimte is dan versneld uitdijen, iets dat je alleen kunt waarnemen als je ver genoeg weg kijkt, dus als je er veel van waarneemt. Zwaartekracht is misschien wel een soort anti-ruimte.
Als het heelal steeds verder uitdijt zal uiteindelijk materie tot in zijn kleinste manifestatie door ruimte zelf verscheurd worden.

Uitdijende ruimte


Deze “drijven” echter in de bovengenoemde ruimteloze massa, ruimte verdampt dan als het ware, verliest zijn functie.
In deze gedachtegang moet je wel even buiten afstand etc. kunnen denken en ruimte als een abstracte grootheid zien, die kan ophouden te bestaan. Dit lijkt een langdurig proces, maar vergeet niet dat we met de toenemende uitdijing met een soort multipliër effect te maken hebben. 

 

Of ik er zelf in geloof, welnee!
Speculeren is wel leuk.

zaterdag 12 januari 2013

TOENEMENDE CHAOS


 
 
Plato zag dus een uiteindelijk in onveranderlijke ideeën geordende wereld, die door het menselijk brein  konden worden begrepen. Het brein kon door nadenken doordringen in de wereld van de ideeën, volgens hem een wereld met een hogere realiteit.
Bij Aristoteles zaten de ideeën/vormen in de dingen zelf, in de overkoepelende secundaire eigenschappen.
Dus bij Plato bestond er geen paard zonder “het paard”, bij aristoteles geen “het paard” zonder afzonderlijke paarden. De wereld kende echter bij beiden een ordening en het objectieve brein kon tot die ordening doordringen. 



Volgens Kant hebben wij geen leeg brein dat de orde van de wereld waarneemt, maar is het andersom, juist het brein ordent de wereld. Hij noemde dit inzicht een Coperniaanse wending. Hoe de wereld er echt uit ziet kunnen we niet waarnemen, het brein begint meteen met ordenen, in tijd, ruimte en met causaliteit.
Er is echter volgens Kant wel een onkenbare wereld, het “ding an sich”.
De Duitse idealisten ontkenden het bestaan van een wereld buiten de geest/het brein, het “ding an sich”. De wereld bestaat uiteindelijk alleen in de geest en is de ontplooiing van deze geest. 

Inderdaad heeft ons brein de neiging om alles te ordenen, overal associaties te zoeken.
In wolken verschijnen gezichten, inktvlekken worden vlinders, we leggen relaties tussen koffiedik en de toekomst, aan de chaotische natuur  liggen goden ten grondslag, dieren en planten worden gedetermineerd, mensen worden in rassen, rangen, standen en karaktertypen, ingedeeld.
De taal speelt hierin een belangrijke rol. Wij willen grip op de wereld uitoefenen, macht.



Schopenhauer, later Nietzsche beschouwden machtswil  als het essentiële van de wereld, een openbaring van het onkenbare “ding an sich”. In de fysica openbaart zich deze machtswil en zet zich door in de biologische wereld, natuurkrachten zouden  in essentie al een vorm van machtswil/streven zijn. Zij geloofden dus wel in een “ding an sich”, evenals Heidegger.
Levinas erkent “de ander”, “het andere” als het onkenbare. 

De kapstokken van Plato en Aristoteles waardoor de wereld een te begrijpen systeem is, de vormen/ideeën, werden door verworpen. Uiteindelijk is er geen systeem, geen orde. De orde die wij met taal en denken vormen berusten dus op (onbewuste) machtswil. Het geven van een naam aan iets verschaft al een zekere macht over iets. Je moet dingen “benoemen”, “bespreekbaar” maken. Je angsten of je zwakheden bijvoorbeeld. Het idee dat je macht uit zou kunnen oefenen met taal is veel ouder dan de 19e eeuw, oeroud, denk aan toverspreuken en bezweringen. De goden en God kennen soms  alleen schuilnamen, medeklinkers (JWH), men mag ze niet noemen dan wel afbeelden. Men kan er geen macht op uitoefenen. 



De ene stroming pint de wereld dus vast in onveranderlijke ideeën, de andere gelooft dat alles stroomt, alles voortdurend aan verandering onderhevig is. Systeem en orde zijn hoogstens tijdelijk en vaak slechts door ons eigen brein geschapen, een soort gezichtsbedrog dus.
In feite is de wereld zoals wij die zien niet één keer geschapen maar wordt elke milliseconde in ontelbare breinen telkens opnieuw geschapen met labels, woorden en begrippen.
Alleen een pasgeboren baby, immers zonder enige referentiekaders en associatiemogelijkheden ziet in feite de wereld, korte tijd, zoals hij echt is. 



Hersenen hebben een hekel aan chaos, ze proberen overal orde in aan te brengen.
Wij hebben vaak een hekel aan onze hersenen (aan zichzelf) en proberen ze soms te verdoven.
Bijvoorbeeld met alcohol. Misschien hebben we toch een soort heimwee naar de oorspronkelijke oerchaos die we een zeer korte periode mochten waarnemen, we zoeken “vergetelheid”.
 In feite is het begrip chaos vaak een zwaktebod. Als ons brein er niet in slaagt ergens orde in te ontdekken spreken we van chaos of troep. We bedoelen dan,” mijn hersenen slagen er niet in hier enige orde in te zien”.



Echte absolute chaos is in feite ook een systeem. Een systeem dat maar één kant op kan, chaotischer kan het niet worden, alles wat er gebeurt kan alleen maar naar systeem, orde leiden. Aldus is chaos de moeder aller systemen. Een voorbeeld van een absoluut inherent chaotisch systeem is toeval. Als er in toeval enige orde zou zitten zou het geen toeval meer zijn. Toeval toont ook aan dat onze hersenen een hekel aan chaos hebben. Steeds weer proberen we toeval uit te sluiten, hoe vaak zeggen we niet “dat kan geen toeval meer zijn”. We geven bijvoorbeeld de voorkeur aan complotten boven toeval.
Vaak is het onderscheid tussen een verband dat we niet begrijpen en echte toeval ook moeilijk te maken. Vreemd is dat een in principe chaotische wereld een dwangmatig orde scheppend systeem als ons brein heeft voortgebracht.



Wiskunde beschrijft de onderlinge relaties tussen de dingen.
Ook als er geen mensen zouden zijn zou de stelling van Pythagoras bestaan, niet de stelling uiteraard maar de verhouding die er door wordt uitgedrukt. Wiskunde zit dus niet alleen in ons hoofd. Wat de noten voor een muziekstuk zijn is wiskunde voor de wereld als zodanig.
Pythagoras had al soortgelijke ideeën.
Absolute chaos zou een wereld zijn waarin wiskundige verhoudingen niet meer gelden, een soort prewiskundige toestand waarin 2 plus 2 ook 5 kan zijn. Met name op sub-atomair niveau lijken er rare dingen te gebeuren. De regel dat iets niet op twee plekken tegelijk kan zijn klopt er blijkbaar niet meer. De muziek gaat vals klinken, maar of dat komt doordat de chaos op dit niveau toeneemt?