Translate

woensdag 8 maart 2017

TIJD IS GEEN BRIL


Wederom een speculatieve blog.

Vroeger was het heelal netjes en duidelijk, een ding in de eeuwige ruimte en tijd. Materie was de speler, ruimte en tijd het toneel. Sinds Einstein is die visie veranderd. Materie, tijd en ruimte interageren met elkaar. Er zijn zwarte gaten waar zich ongekende fenomenen voordoen met betrekking tot materie, ruimte en tijd. Materie is niet langer de speler in een ruimte/tijdtheater, het hele theater speelt mee. Ruimte, tijd, materie en krachten spelen één groot “spel”.

Er is als ware sprake van één grote Spinozistische substantie, Einstein refereerde ook aan Spinoza.
Laten we echter voor het gemak “tijd” isoleren. 
Vroeger bevond men zich in de tijd, men was als materie een speler in de eeuwige ruimte/tijd.
Toen gaf Kant ons een bril op.
Alles wat we kennen verschijnt aan ons dankzij die “bril”(van a-priori oordelen gevormd met behulp van de vormen van het verstand en zintuigen). Waardoor datgene buiten ons, "de wereld” a-priori gerangschikt wordt om aan ons te verschijnen zoals we deze wereld kennen. Met name met ruimte en tijd, die Kant als vormen van de zintuigen aanduidde. Die "bril" hebben we op omdat we met ons verstand (brein) en zintuigen tot een bepaalde soort horen. Zonder die bril bestaat er alleen maar één groot tijdloos "ding an sich" waarover we niets kunnen weten omdat het niet aan ons verschijnt. Objecten, soorten en andere specificaties maar bijvoorbeeld ook causaliteit nemen we dus alleen maar waar omdat ons verstand en zintuigen ons de wereld op een bepaalde manier laat zien.
Zonder die "bril" is de wereld dus onkenbaar volgens Kant.


Google bril, Wikipedia
 
Vreemd is dat hier sprake is van een bril die opgezet wordt door iets dat alleen door die bril zichtbaar is, namelijk een “soort”. Een bril tovert dus iets te voorschijn, dat datgene dat tevoorschijn is getoverd (soort) opzet om zichzelf tevoorschijn te toveren om die bril op te zetten etc. .
De Kantiaanse circel dus.


circel van kant Wikipedia
(Kant and lace is the same word in dutch :-))
 
Met tijd en ruimte is het nog vreemder gesteld. Tijd en ruimte zijn aldus Kant de vormen van de zintuigen. Maar dat kan nooit kloppen. We kunnen immers alles wegdenken, behalve tijd en ruimte, tijd en ruimte zijn we zelf, zonder tijd en ruimte zijn we er niet. Vanuit die positie kun je ook geen bril opzetten. Tijd en ruimte zijn de bestaansvoorwaarden, de bron van de zintuigen, van welke aard dan ook. Zintuigelijke waarneming is niet de bron van de tijd, maar tijd(en ruimte etc.) is de bron van zintuigelijke waarneming. We voegen tijd en ruimte niet toe aan onszelf, we zijn het zelf. 

Door Einstein blijkt dat tijd en ruimte geheel met materie verweven is.
Eerst werd dus gesteld dat we in de tijd leven. Kant stelt dat we met de tijd leven, onze zintuigelijke waarneming zou ons tijd laten beleven, het is een modus van de zintuigen. Ieder van ons draagt dus een eigen, maar wel overeenkomstige, tijds/ruimtebril mee.
In de huidige visie zou je kunnen zeggen dat we van de tijd zijn (vereenvoudigd omdat het begrip tijd dus niet te isoleren is zo blijkt). De tijd bezit ons niet wij bezitten de tijd (ruimte etc.).

In feite zijn we in ons denken een soort metselaars. Met het op de juist manier stapelen van bouwstenen bouw je een paleis, villa of kathedraal. Met digitale bouwstenen bouw je een computer en als je maar genoeg bouwstenen aansleept kun je ook een “mind” met tijdsbesef en intentionaliteit bouwen.
 
Bouwen met bouwstenen is een formele, procedurele activiteit.
John Searles schreef een artikel in 1980 “Minds, Brains, en Programs.
Met het beeld van een Chinese kamer toont hij aan dat er onderscheid is tussen formele (Chinese) taalkennis en intentionele taalkennis. Procedurale kennis, dus puur formele kennis berustend op het procedurele combineren van de juiste zinnen zonder de intentie te kennen. De lettercombinaties kloppen, de beelden en begrippen ontbreken, de manier waarop een computer taal kent. Een (niet Chinees kennende) ambtenaar in de kamer combineert feilloos de juiste lettertekens op basis van een handboek, zonder wat Searle noemt over intentionele taalkennis te beschikken. Als de ambtenaar het hele systeem compleet met handboek uit zijn hoofd leert dan zit het hele systeem welliswaar in een intentioneel wezen gevat, de ambtenaar zelf dus, maar is er nog steeds geen sprake van een intentioneel systeem. De ambtenaar kent zijn eigen taal echt, maar Chinees alleen tot en met de formele tekencombinaties.
Hoeveel procedurele elementen je ook combineert in bijvoorbeeld een computer, je zult nooit tot een “intentioneel”systeem komen. Intentionaliteit is, aldus Searles, een biologisch fenomeen, als fotosynthese of lactatie.

Fotosynthese

Wat hij met intentioneel bedoeld maakt hij niet duidelijk in het artikel.

De terechte kritiek van Searles is dat je imitatie en simulatie door elkaar haalt en dat het idee dat met formele en procedurele bouwstenen intentionaliteit kunt creëren berust op dualisme. Een materieel systeem genereert in dit geval een “mind”. Je hebt dus twee dingen, het materieel systeem en de mind.  

Intentionaliteit zit dieper in het systeem, zo werd met weinig succes vervolgens beweerd. Als je maar genoeg blijft stapelen en bouwen, tot op nano-niveau aan toe, zou je een intentioneel systeem krijgen. Een hoop niet altijd even zinnige dingen werden geschreven over “het Quantumbrein”etc..De Quantumwereld als een soort wonderwereld van waaruit veel verschijnselen die er in wortelen verklaard kunnen worden. 

Terug naar tijd. Volgens mij kun je een systeem tijd laten meten, maar nooit laten beleven. Een systeem is datgene wat het doet, maar kan nooit afstand van zichzelf nemen (in de tijd).
Een systeem kent alleen maar afgeleide tijd, wij beleven de tijd in een systeem. Volgens mij zijn wij, mensen en dieren, modules van de tijd (versimpeld beeld dus omdat tijd interwoven is met materie, krachten etc..). Een insect is tijd met een insectenmodule, een olifant tijd met een olifantenmodule en wij tijd met een mens (Jan, Piet, Kees) module.

Wat ons intentioneel maakt is dat wij niet samenvallen met onze eigen module. Als die niet of half werkt zijn we er nog. We kunnen er tegenaan kijken, zelfs een insect (misschien in mindere mate en insectenperceptie van tijd zal sneller gaan).
Wij zijn modules vanuit de tijd, de modules die wij maken zijn afgeleid en zullen nooit een eigen tijdsbesef krijgen. 


Modules
 
Interessant is Kant visie op rekenkunde en meetkunde als functies van tijd en ruimte. Dat is de rede waarom wiskundige en meetkundige waarheden ons overstijgen, het zijn functies van datgene wat we uiteindelijk zelf zijn. Als we sterven vindt er als het ware een lokale harde reset plaats, de tijd blijft voortbestaan en vormt nieuwe modules, misschien ook dankzij de eerder besproken denkfactoren. Wij dragen echter niet de tijd, ruimte en rekenkunde, tijd, ruimte reken- en meetkunde dragen ons. De tijd, ruimte, reken- en meetkunde in ons is dezelfde als die buiten ons, om met de Stoïcijnen te spreken. 


Cel Wikipedia
 
Hoe deze verbinding tussen tijd en leven in elkaar zit? We weten dat leven, zoals wij het kennen, een verbinding is tussen koolstof en elektromagnetisme is (dus inderdaad wel verschijnselen op nano-niveau). In een cel vinden elektromagnetische verschijnselen plaats. Wellicht zullen we meer van ruimte tijd en materie moeten weten om een en ander te duiden.

Geen opmerkingen: